U bent hier

Anticonceptie

Cluster: 
W/X/Y. Zwangerschap / Anticonceptie / Geslachtsorganen man en vrouw
Status: 
In herziening - 2011

M02

Anticonceptie M02 (december 2011)

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Algemeen

  • Reden voor anticonceptie.
  • Ervaringen met eerdere anticonceptie.
  • Hulpvraag, verwachtingen van de gewenste methode, ideeën over eventuele bijwerkingen.
  • Begindatum laatste menstruatie, regelmaat, duur en pijnlijkheid van menstruatie, hoeveelheid bloedverlies, tussentijds bloedverlies, wens behoud menstruatie.
  • Indien van toepassing: datum voorafgaande bevalling, borstvoeding.

Bij voorkeur voor hormonale anticonceptie

  • Voorgeschiedenis: myocardinfarct, ischemisch cerebrovasculair accident, veneuze trombo-embolie, trombofilie, borst- of baarmoeder(hals)kanker, ernstige leverfunctiestoornissen.
  • Risicofactoren voor hart- en vaatziekten: roken, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes mellitus, hart- en vaatziekten bij ouders, broers of zussen jonger dan 60 jaar, obesitas.
  • Migraine met aura.
  • Veneuze trombo-embolie bij familieleden.
  • Geneesmiddelengebruik (anti-epileptica, rifampicine, Sint-Janskruid).

Bij voorkeur voor spiraal

  • Kans op aanwezige zwangerschap.
  • Klachten die wijzen op PID (afwijkende fluor, buikpijn).
  • Risico op soa (onbeschermd seksueel contact met wisselende partners, partner met wisselende contacten, urethritisklachten).

Bij voorkeur voor definitieve methode

  • Huidige gezinssamenstelling, mogelijkheid van onvoorziene wijzigingen in de toekomst.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij aanwezigheid van risicofactoren voor hart- en vaatziekten: bloeddruk en bij obesitas gewicht.
  • Voorafgaand aan spiraalplaatsing: gynaecologisch onderzoek (ligging, grootte en consistentie uterus) en soa-onderzoek bij afwijkende fluor en op indicatie .

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Betrouwbare methoden zonder relevante ziekten en risico’s (zie anamnese):

  • hormonale anticonceptie: combinatiepreparaat (pil, vaginale ring, pleister), methoden met alleen progestageen (pil, prikpil, implantatiestaafje, hormoonspiraal);
  • spiraal (koper of hormoon);
  • sterilisatie (man of vrouw).

Combinatiepreparaten

  • Ontraad combinatiepreparaten bij vrouwen ≥ 35 jaar die blijven roken, doorgemaakt HVZ of veneuze trombo-embolie, migraine met aura in combinatie met roken, hormoonafhankelijke tumoren, bepaalde geneesmiddelen (zie anamnese).
  • Weeg voor- en nadelen af bij risicofactoren voor HVZ, belaste familieanamnese voor veneuze trombo-embolie.
  • Bij keuze voor combinatiepil: voorkeur voor pil met 30 microg oestrogeen en 150 microg levonorgestrel.
  • Start op de eerste dag van de menstruatie, dan is de betrouwbaarheid direct optimaal.
  • Neem combinatiepil routinematig op eenzelfde moment van de dag in; bij vergeten van de pil: zie tabel.
  • Vaginale ring kan 3 weken blijven zitten; pleister moet elke week worden vervangen.
  • Bij klachten tijdens stopweek of als vrouw dat wenst kan methode worden doorgebruikt.

Methode met alleen progestagenen

  • Ontraad methoden met alleen progestagenen bij actuele veneuze trombo-embolische aandoening, onverklaard vaginaal bloedverlies, progestageenafhankelijke tumoren of ernstige leverfunctiestoornissen.
  • Gebruik pil met alleen progestageen continu (dus zonder stopweek).
  • Implantatiestaafje wordt subcutaan ingebracht in bovenarm en kan 3 jaar blijven zitten, bij overgewicht (BMI > 25) 2 jaar.
  • Prikpil wordt elke 12 weken intramusculair toegediend.

Spiraal

  • Ontraad een spiraal bij vrouwen met onverklaard vaginaal bloedverlies, zwangerschap, soa of anatomische afwijkingen van uterus.
  • Ontraad een koperspiraal bij hevige, langdurige of pijnlijke menstruatie; ontraad een hormoonspiraal bij een (behandeld) mammacarcinoom of een actuele veneuze trombo-embolie.
  • Bij koperspiraal wordt menstruatie meestal wat heviger en langer.
  • Bij hormoonspiraal treedt vooral in eerste drie maanden vaak onregelmatig bloedverlies op, later menstruaties met weinig of geen bloedverlies.
  • Bespreek procedure plaatsing spiraal en leg uit dat tijdens en in de uren erna kortdurende buikpijn kan optreden.

Sterilisatie (man of vrouw)

  • Geef globale uitleg over de ingreep en leg uit dat de ingreep definitief is.
  • Leg bij sterilisatie van de man uit dat na drie maanden zaadonderzoek moet plaatsvinden om te beoordelen of er geen levende spermacellen meer aanwezig zijn.
  • Leg bij sterilisatie van de vrouw uit dat de cyclus daarna gewoon doorgaat.

De overgang en anticonceptie

  • Adviseer anticonceptieve maatregelen tot 1 jaar na de laatste menstruatie.
  • In principe kan op 52-jarige leeftijd met anticonceptie worden gestaakt.

Postpartum

  • Bij keuze voor pil bij borstvoeding: start na 6 weken pil met alleen progestageen.
  • Bij keuze voor pil bij flesvoeding: start na 3 weken combinatiepreparaat of na 2 weken pil met alleen progestageen.
  • Bij keuze voor spiraal: plaatsing na 4 tot 6 weken.

Vergeten van de (eenfase combinatie)pil en noodanticonceptieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Een pil geldt pas als vergeten als een vrouw meer dan 12 uur te laat is met inname. Zie tabel voor het beleid.

PeriodeAantalAdvies
N.v.t.1 (> 12 uur te laat)
  • Pil alsnog innemen, geen aanvullende adviezen
Week 12-7*
  • Laatst vergeten pil alsnog innemen en strip afmaken
  • Morning-afterpil** of koperspiraal
  • Aanvullende anticonceptie, tot pil 7 dagen achtereenvolgens is ingenomen
Week 22 of 3
  • Laatst vergeten pil alsnog innemen en strip afmaken
  • In principe geen extra maatregelen (mits continuïteit is gewaarborgd)
4-7
  • Laatst vergeten pil alsnog innemen en strip afmaken
  • Aanvullende anticonceptie, tot pil 7 dagen achtereenvolgens is ingenomen
Week 32-7
  • Laatst vergeten pil alsnog innemen en doorgaan met volgende strip zonder stopweek
  • Of: begin van stopweek vanaf eerste vergeten pil

* Dit geldt pas als de vrouw ook met de tweede vergeten pil meer dan 12 uur te laat is.

** levonorgestrel 1,5mg oraal, bij voorkeur binnen 12 uur, niet later dan 72 uur na onbeschermde coïtus. Bij overgeven binnen 3 uur na inname tablet opnieuw innemen.