U bent hier

Angst

Cluster: 
P. Psychische problemen
Status: 
Actueel - 2012

M62

Angst M62 (Februari 2012, Herzien t.o.v. de versie uit 2004 (Angststoornissen))

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Angstklachten: klachten waarbij ‘normale’ angst een rol speelt en die gerelateerd zijn aan als dreigend ervaren problemen.

Abnormale angst: een heftige of langdurige oninvoelbare angst, die ontstaat na een (minimale) prikkel en niet passend is bij de situatie.

Angststoornis: stoornis met abnormale angst en aanhoudend subjectief lijden of belemmering van het sociaal functioneren; paniekstoornis, specifieke fobie, sociale fobie, obsessieve-compulsieve stoornis, gegeneraliseerde angststoornis en posttraumatische stressstoornis.

Hypochondrie: angst voor een ernstige ziekte.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Denk aan angstproblematiek bij:

  • frequent spreekuurbezoek voor wisselende, vaak somatische, klachten;
  • verzoek om slaap- of kalmeringsmiddelen;
  • alcohol- of drugsproblemen;
  • depressie of depressieve klachten;
  • angststoornis in voorgeschiedenis of familie.

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Voelt u zich gespannen of angstig? Maakt u zich veel zorgen?
  • Heeft u angst zonder dat u weet waarvoor?
  • Vinden u en uw naasten de angsten reëel?
  • Belemmert de angst u in het dagelijks functioneren?

Vraag bij het vermoeden van angstklachten of een angststoornis naar:

  • duur en beloop van de klachten, duur en frequentie van aanvallen, ernst van de klachten, mate van subjectief lijden en sociaal disfunctioneren;
  • situaties waarin angst optreedt;
  • waar de patiënt bang voor is;
  • vermijden van situaties of activiteiten;
  • aanleiding en eventuele relatie met stress;
  • begeleidende lichamelijke symptomen;
  • dwanghandelingen en tijd die deze innemen;
  • misbruik van alcohol, drugs of benzodiazepinen;
  • suïcidale gedachten of plannen;
  • comorbiditeit: depressieve klachten, hallucinaties of wanen, geheugenstoornis.

Gebruik desgewenst de Vierdimensionale Klachtenlijst voor onderscheid angst, depressie, somatisatie en spanningsklachten.

Lichamelijk en aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht bij aanwijzingen voor somatische pathologie gericht nader onderzoek.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Beoordeel of er sprake is van angstklachten of een angststoornis en probeer bij een angststoornis het type te benoemen.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard


PST = problem-solving treatment; CGT = cognitieve gedragstherapie
  Stap 1 Stap 2 Stap 3
AngstklachtenVoorlichting, evt. PST  
Gegeneraliseerde angststoornisSociale fobiePaniekstoornisVoorlichtingCGT (zelfhulp)CGT(door therapeut)of antidepressivum
Specifieke fobieHypochondrieVoorlichtingCGT (zelfhulp)CGT(door therapeut)
Posttraumatische stressstoornisVoorlichting en verwijzen  
Obsessieve-compulsieve stoornisVoorlichting en verwijzen  

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Angstklachten komen regelmatig voor, zijn van voorbijgaande aard en gerelateerd aan levensproblemen. Indien angst gepaard gaat met depressieve klachten of psychosociale problematiek is PST een optie.

Een angststoornis verdwijnt vaak niet vanzelf. Geef uitleg over vicieuze angstcirkel.

  • relatief gering lijden en weinig tot geen sociaal disfunctioneren: zelfhulp met begeleiding op afstand.
  • indien patiënt geen zelfhulp wil, er geen verbetering is na zes tot acht weken zelfhulp of bij ernstig lijden en/of aanzienlijk sociaal disfunctioneren: cognitieve gedragstherapie of antidepressivum.

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard


+ bij sociale fobie en gegeneraliseerde angststoornis maximum 50 mg
  Startdosis (mg/dag) Streefdosis (mg/dag) Maximumdosis (mg/dag)
Selectieve serotonineheropnameremmers
Sertraline50 (ouderen 25)150 (ouderen 100)200 (ouderen 150)
Paroxetine10 - 2020 - 4050 - 60+ (ouderen 40)
Citalopram1020 - 30 (ouderen 20)40 (ouderen 20)
Tricyclische antidepressiva (niet bij sociale fobie)
Clomipramine25 (ouderen 10)100 - 150 in 2 - 3 giften (ouderen 30 - 50)250 in 2 - 3 giften(ouderen 30 - 50)
Imipramine25 (ouderen 10)100 – 150 in 2 - 3 giften(ouderen 30 - 50)300 in 2 - 3 giften(ouderen 30 - 50)
  • Examen- of podiumvrees: propranolol 10 - 40 mg, ½ tot 2 uur van tevoren.
  • Initiële angsttoename bij de start van de behandeling: benzodiazepine (oxazepam 30 - 150 mg in 3 - 4 giften, diazepam 5 - 40 mg) maximaal 2 - 4 weken.

Controle en verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Eén- of tweewekelijkse controles.
  • Verminder controlefrequentie bij voldoende effect van de behandeling van een angststoornis naar eens per drie maanden.
  • Continueer een antidepressivum bij voldoende effect ten minste zes tot twaalf maanden na remissie. Onderneem daarna een stoppoging.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • diagnostiekproblemen;
  • onvoldoende effect van behandeling na acht tot twaalf weken;
  • suïcidaliteit;
  • ernstig lijden of sociaal disfunctioneren, dat slecht beïnvloedbaar is;
  • antidepressiva bij zwangerschap of lactatie;
  • obsessieve-compulsieve stoornis (CGT met responspreventie);
  • posttraumatische stressstoornis (traumagerichte CGT of EMDR).