U bent hier

Anemie

Cluster: 
B. Bloed
Status: 
Actueel - 2014

M76

Anemie M76 (oktober 2014)

Deze standaard geeft richtlijnen voor diagnostiek en beleid bij patiënten bij wie in de praktijk of in het laboratorium anemie is vastgesteld.

Zie voor achtergrondinformatie over alle genoemde bepalingen de hoofdtekst en noten van de standaard of de LESA Rationeel aanvragen van laboratoriumdiagnostiek.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij vrouwen in de reproductieve levensfase: is er hevig menstrueel bloedverlies? Zo ja, overweeg of deze verklaring volstaat of dat aanvullende anamnestische vragen nodig zijn.
  • In alle andere gevallen:
    • recent bloedverlies (onder andere bloeddonaties);
    • afwijkend voedingspatroon (veganisme, deficiënte voeding bij alcoholmisbruik);
    • bekend potentieel opnameprobleem (bijvoorbeeld ten gevolge van IBD, maag- of darmresectie);
    • gebruik van metformine of protonpompremmers;
    • patiënten ouder dan (arbitrair) 50 jaar: algehele malaise, onbedoeld/onverklaard gewichtsverlies, maagklachten, haematemesis, aanhoudend braken, stoornis of pijn bij voedselpassage, melaena, buikklachten, rectaal bloedverlies of bloed vermengd met de ontlasting, veranderd defecatiepatroon, colorectale maligniteiten bij eerstegraads familieleden jonger dan 70 jaar;
    • (chronische) aandoening die een anemie tot gevolg kan hebben of afgelopen maand een infectieziekte doorgemaakt;
    • risicogroep voor hemoglobinopathie (zie kader Risicogroepen in hoofdtekst), erfelijke vormen van anemie bij eerste- of tweedegraads familieleden.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij vrouwen ouder dan (arbitrair) 50 jaar zonder hevig menstrueel bloedverlies en mannen van ouder dan (arbitrair) 50 jaar met anemie en anamnestische maag- en/of buikklachten: inspectie, auscultatie en palpatie van de buik, bij buikklachten ook een rectaal toucher.
  • Bij algehele malaise en/of gewichtsverlies: icterus; vergrote lymfeklieren, lever, milt.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Geen aanvullend onderzoek nodig bij:

  • kind met Hb ≥ 6,0 mmol/l dat in de voorafgaande maand een infectieziekte doormaakte;
    • vrouw met hevig menstrueel bloedverlies.

In alle andere gevallen: aanvullend bloedonderzoek (zie stroomschema en hoofdtekst).

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Zie stroomschema en hoofdtekst.

Vervolgdiagnostiek na evaluatie

In sommige gevallen is na het vaststellen van de vorm van anemie vervolgdiagnostiek nodig, bijvoorbeeld om de achterliggende oorzaak op te sporen:

  • ijzergebreksanemie bij vrouwen ouder dan (arbitrair) 50 jaar zonder hevig menstrueel bloedverlies en mannen ouder dan (arbitrair) 50 jaar: coloscopie, bij normale uitslag gevolgd door gastroscopie (bij maagklachten eerst gastroscopie, dan coloscopie);
  • randnormaal of licht verlaagd vitamine B12 bij blijvend vermoeden van vitamine B12-deficiëntie: methylmalonzuur (indien niet beschikbaar: homocysteïne);
  • verlaagd vitamine B12 zonder bekende dieetfactoren of opnameproblemen die kunnen wijzen op vitamine B12-deficiëntie: aanvullend onderzoek naar atrofische gastritis als oorzaak van pernicieuze anemie wordt niet aanbevolen;
  • hemoglobinopathie of dragerschap vastgesteld: check indicatie voor dragerschapstests bij familieleden (zie [kader Risicogroepen] in hoofdtekst);
  • niet-conclusieve uitslag van het onderzoek naar hemoglobinopathie: overleg met internist(-hematoloog) of kinderarts-hematoloog over vervolgonderzoek.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Afhankelijk van onderliggende oorzaak (zie hoofdtekst).

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

IJzergebreksanemie: ferrofumaraat (tablet à 100 of 200 mg; suspensie 20 mg/ml).

Volwassenen: 1 tablet 100 of 200 mg 1-3 dd of suspensie 5-10 ml 1-3 dd, afhankelijk van de ernst van de anemie en de bijwerkingen die de patiënt ervaart. Begin bijvoorbeeld met 100 mg 3 dd.

Ferrofumaraat, dosering bij kinderen


Lichaamsgewicht (leeftijd) Adviesdosering
6-10 kg (3-12 maanden)1-2 ml 3dd
11-15 kg (1-3 jaar)2-2,5 ml 3dd
16-35 kg (3-10 jaar)2,5-5 ml of tablet 100 mg 3dd
36-65 kg (10-18 jaar)5-10 ml of tablet 100-200 mg 3dd

Controleer Hb: 4 weken na start ijzersuppletie en wanneer het Hb naar verwachting weer normaal is (uitgaande van een gemiddelde stijging van 0,5 mmol/l per week).

Na normalisering Hb: ijzersuppletie nog 8-12 weken continueren in halve dosering van de dosis die tot dan toe goed werd verdragen.

Als herstel uitblijft na ijzersuppletie bij vrouwen met hevig menstrueel bloedverlies: volg de Richtlijnen diagnostiek voor alle andere mogelijke verklaringen van de anemie.

Anemie door vitamine B-deficiëntie: cyanocobalamine 1 tablet 1000 microg 1 dd.

Alternatief (bij slikproblemen, problemen met therapietrouw, ernstige (neurologische) problemen of bijwerkingen bij orale toediening): hydroxocobalamine 1 mg intramusculair, 10 injecties met een interval van ten minste 3 dagen; daarna 1 mg eens per 2 maanden.

Controleer Hb: na 4 weken (te verwachten stijging Hb ten minste 10%) en vervolgens nog eenmaal na 4-6 weken. Als de oorzaak van de deficiëntie onherstelbaar is, suppletie levenslang voortzetten.

Anemie door foliumzuurdeficiëntie: foliumzuur 1 tablet 0,5 mg 1 dd. Controleer Hb na 4 weken (te verwachten stijging ten minste 10%) en vervolgens nog eenmaal na 4-6 weken. Continueer suppletie 6-12 weken nadat Hb is genormaliseerd, mits de oorzaak van de deficiëntie is weggenomen.

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

Anemie door infectieziekte: controleer Hb 4 weken na herstel van de infectieziekte.

Consultatie/verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Overleg met of verwijs naar kinderarts(-hematoloog) of internist(-hematoloog/-nefroloog):

  • bij uitblijvend herstel van ijzergebreksanemie of anemie door vitamine B12- of foliumzuurdeficiëntie ondanks adequate suppletietherapie;
  • bij transfusie-indicatie (weeg hierbij mee: leeftijd, comorbiditeit, aanwezigheid van klachten en (vermoedelijke) oorzaak van de anemie);
  • bij anemie door chronische ziekte of uitblijvend herstel van anemie bij infectieziekte;
  • bij hemoglobinopathie;
  • bij vermoeden van hemolytische anemie, hematologische maligniteit of beenmergaandoening;
  • bij mogelijk renaal bepaalde anemie;
  • indien onderzoeksresultaten met elkaar in tegenspraak zijn of een (waarschijnlijkheids)diagnose niet gesteld kan worden.

Verwijs naar een klinisch genetisch centrum voor verder onderzoek en begeleiding:

  • indien de partner ook drager blijkt te zijn van thalassemie of sikkelcelanemie en er sprake is van een kinderwens;
  • indien beide ouders van de patiënt ook drager blijken te zijn van thalassemie of sikkelcelanemie en deze nog meer kinderen willen hebben.