U bent hier

Allergische en niet-allergische rhinitis

Cluster: 
R. Luchtwegen
Status: 
In herziening - 2006

M48

Allergische en niet-allergische rhinitis M48 (Actualisering april 2006)

De standaard betreft patiënten met langdurige (>4 weken) of frequent recidiverende neusklachten.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

AnamneseNaar de tekst van de NHG-Standaard

Aard van de klachten:

  • niezen, loopneus, jeuk in neus of ogen, verstopte neus;
  • kortademigheid of piepen.

Ernst en duur van de klachten: mild tot ernstig; intermitterend of persisterend .

Omstandigheden waardoor de klachten ontstaan of verergeren, zoals:

  • stofzuigen of bed opmaken, contact met dieren;
  • seizoen: in de lente of in de zomer; droog, zonnig weer;
  • aspecifieke prikkels: stof, (tabaks)rook, temperatuurveranderingen, bak- en verflucht, alcohol en lichamelijke inspanning.

Andere factoren:

  • aanwezigheid van huisdieren;
  • gebruik decongestivum, acetylsalicylzuur, NSAID, statine of oogdruppels met een bètablokker;
  • neustrauma in het verleden.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Inspectie van de neusholte bij éénzijdige neusklachten, ouderen en falen van therapie.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Niet noodzakelijk indien de anamnese wijst op een geïsoleerde graspollen- of boompollenallergie.
  • Bij alle patiënten met rhinitis zonder duidelijke oorzaak: screeningstest op inhalatieallergenen;
  • Bij een positieve test tevens allergeenspecifieke IgE-bepalingen op:
    • huisstofmijt;
    • kat of hond (indien aanwezig in huis of in de omgeving).
  • Allergeenspecifieke IgE-bepaling op andere allergenen (andere dieren, boom- en graspollen) alleen bij gerichte aanwijzingen en consequenties voor bijvoorbeeld werk, hobby of afstand doen van het dier.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Allergische rhinitis: langdurige of frequent recidiverende rhinitis in combinatie met:

  • ‘hooikoorts’-klachten: jeukende ogen, klachten bij droog, zonnig weer én klachten alleen in het gras- of boompollenseizoen;
  • of een positieve test op inhalatieallergenen.

Niet-allergische rhinitis:

  • rhinosinusitis: bij klachten/symptomen van de neus in combinatie met klachten/symptomen van de bijholten;
  • medicamenteuze rhinitis: bij frequent of langdurig gebruik van een decongestivum, of als bijwerking van de andere onder de anamnese genoemde medicijnen;
  • obstructie van de neus door neuspoliepen, een neusseptumafwijking of conchahypertrofie.

Bij een deel van de patiënten met een niet-allergische rhinitis blijft de oorzaak onbekend.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Niet-medicamenteuze adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Vermijd zo mogelijk prikkels die klachten veroorzaken en streef naar een rookvrije woonomgeving;
  • Huisstofmijtallergie: streef naar een reductie van huisstofmijt door vochtbestrijding in huis; wassen van het beddengoed (1x/2 weken op 60°C); een glad vloeroppervlak slaapkamer, aangepast schoonmaken. Overweeg allergeenwerende matrashoezen bij ernstige klachten ondanks huisstofmijtwerende maatregelen en gebruik van medicatie, of indien er ook sprake is van astma (zie NHG-Standaarden over astma);
  • Huisdierallergie: wegdoen van het huisdier is het meest effectief;
  • Pollenallergie: houd bij buitenactiviteiten rekening met de weersomstandigheden.

Medicamenteuze adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Allergische rhinitis:

  • incidentele klachten: lokaal of oraal antihistaminicum (eventueel ‘zo nodig’);
  • intermitterende en milde klachten: corticosteroïdneusspray of antihistaminicum (oraal of neusspray); de behoefte al of niet ‘zo nodig’ te kunnen behandelen en de toedieningsvorm bepalen de keuze. Bij klachten van een verstopte neus werkt een corticosteroïdneusspray beter;
  • persisterende en matige tot ernstige rhinitis: corticosteroïdneusspray. Soms treden lokale irritatie en bloederige afscheiding op (adviseer dan enkele dagen te stoppen). Adviseer van het septum af te sprayen;
  • zwangerschap of lactatie: neusspray met beclometason, budesonide of cromoglicinezuur (minder werkzaam);
  • kinderen: bij een corticosteroïdneusspray alleen kans op groeiremming bij >400 µg per dag;
  • cromoglicinezuur: zeer beperkte indicatie: alleen bij bijwerkingen van corticosteroïdneusspray en antihistaminicum, of bij goede ervaringen in het verleden.

Niet-allergische rhinitis:

  • corticosteroïdneusspray: effectief bij poliepen, conchahypertrofie en frequent/langdurig gebruik van decongestiva;
  • stop decongestiva.

Tabel  Voorbeelden van geneesmiddelen in de verschillende geneesmiddelengroepen

StofnaamToedieningsvormDosering
Corticosteroïden  
Beclometasonneusspray 50 µg/dosis2 dd 1-2 verstuiving per neusgat
Budesonideneusspray 32, 50, 64 of 100 µg/dosis,≥6 jaar 1 dd 1-2 verstuiving per neusgat
 nasale turbuhaler 100 µg/dosis 
Fluticasonneusspray 50 µg/dosis4-12 jaar: 1-2 dd 1 verstuiving per neusgat
  ≥12 jaar: 1-2 dd 1-2 verstuiving per neusgat
Mometasonneusspray 50 µg/dosis6-11 jaar: 1 dd 1 verstuiving per neusgat
  ≥11 jaar: 1 dd 1-2 verstuiving per neusgat
Antihistaminica  
Azelastineneusspray 0,1%≥6 jaar: 2 dd 1 verstuiving per neusgat
Levocabastineneusspray 0,05%>_6 jaar 2-4 dd 2 verstuivingen per neusgat
Cetirizinedrank 1 mg/ml; tablet 10 mg2-6 jaar: 2 dd 1,25-2,5 ml; 6-9 jaar: 1 dd 5-7,5 ml
  of 2 dd 2,5-3,75 ml; >_9 jaar: 1 dd 1 tablet 10 mg
LoratadineStroop 1 mg/ml; tablet 10 mg2-6 jaar: 1 dd 2,5-5 ml; 6-9 jaar: 1 dd 5-7,5 ml
  >_9 jaar (30 kg): 1 dd 1 tablet 10 mg
Cromoglicaten  
Cromoglicinezuurneusspray 2 en 4%3-6 dd 1 verstuiving per neusgat

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • controle na vier weken indien de klachten niet verminderd zijn;
  • bij een allergische rhinitis: voeg eventueel een middel uit een andere groep toe;
  • streef naar de laagst effectieve dosis; herhaal niet-medicamenteuze adviezen.

Consultatie/verwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

KNO-arts: bij grote poliepen; poliepen/conchahypertrofie ondanks twee maanden behandeling met lokale cor-ticosteroïden; persisterende neusverstopping door een septumafwijking; eenzijdige rhinitisklachten of bloederige afscheiding.

Internist-allergoloog/kinderarts: bij ernstige klachten die onvoldoende reageren op medicamenteuze behandeling.