U bent hier

ADHD bij kinderen

Cluster: 
P. Psychische problemen
Status: 
Actueel - 2014

M104

ADHD bij kinderen M104 (november 2014)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder): aanwezigheid van minstens 6 van de 9 DSM-5-kenmerken van onoplettendheid en/of minstens 6 van de 9 kenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit gedurende minstens 6 maanden en de volgende (obligate) criteria:

  • kenmerken zijn aanwezig in een mate die niet overeenstemt met het ontwikkelingsniveau;
  • verscheidene kenmerken van onoplettendheid of hyperactiviteit en impulsiviteit voor het 12e jaar;
  • verscheidene kenmerken op ≥ 2 terreinen (thuis, school, club);
  • de kenmerken verminderen de kwaliteit van het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren;
  • de kenmerken treden niet uitsluitend op in het beloop van een andere psychische stoornis.

Kenmerken van onoplettendheid

  1. Vaak niet voldoende aandacht geven aan details en achteloze fouten maken.
  2. Vaak moeite om aandacht bij het spel of de taak te houden.
  3. Lijkt vaak niet te luisteren bij direct aanspreken.
  4. Volgt aanwijzingen vaak niet op en slaagt er niet in taken af te maken.
  5. Heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
  6. Vermijdt vaak of heeft afkeer zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen.
  7. Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten.
  8. Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
  9. Is vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden.

Kenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit

  1. Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn stoel.
  2. Staat vaak op in situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten.
  3. Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten gevoelens van rusteloosheid).
  4. Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.
  5. Is vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’.
  6. Praat vaak excessief veel.
  7. Gooit het antwoord er al vaak uit voordat een vraag afgemaakt is.
  8. Heeft vaak moeite op zijn beurt te wachten.
  9. Stoort vaak anderen of dringt zich op.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Anamnese Naar de tekst van de NHG-Standaard

Vraag naar:

  • algemeen functioneren (thuis, school, anders);
  • tekenen van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit; wanneer en waar deze zich voordoen (thuis, school, anders); leeftijd waarop problemen zijn begonnen; frequentie en duur van de problemen; invloed op functioneren thuis, met vrienden en op clubs en school;
  • ontwikkeling van het kind; zorgen/beperkingen geuit door school, JGZ of anderen en maatregelen die genomen zijn; ADHD of andere psychiatrische aandoeningen in familie; psychosociale omstandigheden (pesten, scheiding ouders, overlijden familielid, misbruik);
  • motorische problemen; roken, alcohol- en middelengebruik; gebruik van bèta-2-sympathicomimetica; gehoor- of visusproblemen; slaappatroon (onrustig slapen, inslaapproblemen).

Vraag zo nodig aanvullende informatie op bij JGZ of school.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Let op dysmorfe trekken passend bij congenitaal syndroom. Onderzoek gehoor of visus op indicatie.

OverwegingenNaar de tekst van de NHG-Standaard

Gedrag kan passen bij of gevolg zijn van:

  • ADHD;
  • psychische, pedagogische of sociale omstandigheden;
  • somatische problematiek (gehoor- of visusprobleem, bijwerking (genees)middel, slaapprobleem);
  • psychiatrische aandoening (oppositionele-opstandige stoornis, normoverschrijdend-gedragsstoornis, angst- of stemmingsstoornis, ticstoornis, autismespectrumstoornis, middelenmisbruik);

Aanvullend onderzoek naar ADHDNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verricht aanvullend onderzoek naar ADHD (ontwikkelingsanamnese, afname vragenlijsten, gesprek met kind, observaties) bij gedrag passend bij ADHD met duidelijke beperkingen in functioneren of verwijs daarvoor (zie Verwijzing). Bij lichte beperkingen heeft het stellen van de diagnose ADHD geen consequenties voor het beleid.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

Maak onderscheid tussen de diagnoses genoemd in de tabel onder richtlijnen beleid.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard


Diagnose Initiële beleidVervolgbeleid bij onvoldoende effect
Probleemgedrag met lichte beperkingen in het functionerenVoorlichting, opvoedingsadviezen door huisartsOpvoedingsondersteuning door Centrum Jeugd en Gezin, POH-GGZ Jeugd of orthopedagoog
ADHD zonder psychiatrische comorbiditeitVoorlichting en ouder/leerkrachtbegeleiding en evt. gedragstherapie voor het kind door gespecialiseerde psycholoog, orthopedagoog of POH-GGZ JeugdBehandeling met methylfenidaat door huisarts of kinder- en jeugdpsychiater
ADHD met psychiatrische comorbiditeit ADHD met ernstige beperkingen in het functionerenADHD bij kind jonger dan 6 jaarVerwijzing naar gespecialiseerde GGZBehandeling en begeleiding door gespecialiseerde GGZ

Voorlichting Naar de tekst van de NHG-Standaard

Bespreek:

  • criteria en oorzaken van gedragsproblematiek en ADHD;
  • algemene opvoedingsprincipes: grenzen stellen, consequent zijn, time-outs bij aanhoudend negatief gedrag en goed gedrag belonen.

Bij ADHD: specifiekere opvoedingsadviezen (zie hoofdtekst).

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Start (bij kinderen van 6 jaar en ouder) met kortwerkend methylfenidaat: 0,3 mg/kg/dag, in 2 of 3 giften.
  • Verhoog dosering wekelijks op geleide van effect en bijwerkingen met 2,5 tot 5 mg per dosis tot maximum van 2 mg/kg/dag of 60 mg per dag.
  • Vervang kortwerkend methylfenidaat door langwerkend preparaat bij sterke reboundverschijnselen aan het einde van de dag of bij problemen met therapietrouw.
  • Overweeg medicatie alleen op schooldagen te gebruiken als schoolproblemen op de voorgrond staan.
  • Overweeg eenmaal per jaar een stoppoging.

ControlesNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Controleer tijdens instelling van methylfenidaat een- of tweewekelijks en bij stabiel ingestelde medicamenteuze behandeling elk half jaar.
  • Meet lengte, gewicht, bloeddruk en bepaal de polsfrequentie.
  • Overleg met specialist bij bloeddruk of hartfrequentie boven de bovengrens (zie [tabel 3] in de hoofdtekst)

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

Verwijs naar de generalistische basis-GGZ bij:

  • gedrag passend bij ADHD zonder ernstige of complexe problematiek en aanvullend onderzoek niet in de huisartsenvoorziening mogelijk is;
  • vermoeden van een leerstoornis of twijfel aan verstandelijke vermogens.

Verwijs naar de gespecialiseerde GGZ bij:

  • leeftijd jonger dan 6 jaar;
  • ernstige beperkingen in het functioneren;
  • ernstige opvoedingsproblematiek of weinig draagkracht van het gezin;
  • vermoeden van een (comorbide) psychiatrische aandoening;
  • vermoeden van (kleine) criminaliteit;
  • onvoldoende effect van voorlichting, gedragsmatige interventies en methylfenidaat of als methylfenidaat niet goed wordt verdragen.

Verwijs naar een kinderarts met ADHD als aandachtsgebied bij een (vermoeden van) een somatisch onderliggende aandoening.