U bent hier

Acute diarree

Cluster: 
D. Spijsverteringsorganen
Status: 
Actueel - 2014

M34

Acute diarree M34 (Actualisering september 2014: herzien t.o.v. de versie van 2007)

BegrippenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Acute diarree: plotselinge afwijking van het defecatiepatroon: toegenomen frequentie, hoeveelheid en watergehalte van de ontlasting, maximaal 14 dagen.
  • Ongecompliceerde acute diarree: geen bijkomende ziekteverschijnselen (koorts, bloed, ernstig ziekzijn, aanhoudende of hevige buikpijn) en geen aanwijzingen voor (verhoogd risico op) dehydratie.

Richtlijnen diagnostiekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Anamnese (telefonisch of tijdens consult)Naar de tekst van de NHG-Standaard

  • Algemene ziekteverschijnselen of ziekteverschijnselen wijzend op ernstiger of afwijkend beloop: mate van ziekzijn (ADL-activiteiten, eetlust, alertheid), koorts, bloed of slijm bij de ontlasting, buikpijn die tussen de buikkrampen aanhoudt.
  • Dehydratie of verhoogd risico daarop (vooral bij leeftijd < 2 of > 70 jaar):
    • ontlasting (consistentie, hoe vaak, hoe lang);
    • koorts (aanwezig, hoe hoog, hoeveel dagen);
    • braken (aanhoudend: houdt langer dan enkele uren niets binnen);
    • vochtopname (tijdens en vóór de diarreeperiode);
    • andere aanwijzingen voor een negatieve vochtbalans: opvallende dorst, sufheid of verwardheid bij kinderen en bejaarden, (neiging tot) flauwvallen of duizeligheid bij bejaarden;
    • urineproductie (bij niet zindelijke kinderen vaak niet betrouwbaar).
  • Risicofactoren voor een ernstiger beloop: comorbiditeit, verminderde weerstand.
  • Mogelijk verband met: recent verblijf in de (sub)tropen, genuttigd voedsel of drinken, andere personen met acute diarree in de omgeving.
  • Verhoogd besmettingsgevaar voor anderen (horeca, levensmiddelen, onderwijs, zorg, ≥ 2 bekende gevallen).
  • Medicatie: huidig gebruik, recente start met of gebruik van antibiotica, ORS en/of loperamide.

OverwegingenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Geef telefonisch voorlichting en advies bij ongecompliceerde acute diarree.
  • Zie de patiënt in elk geval nog dezelfde dag bij aanwijzingen voor(dreigende) dehydratie:
    • 3 dagen frequente (> 6 dd) waterdunne diarree (bij leeftijd < 2 of > 70 jaar: 1 dag);
    • diarree en 3 dagen koorts (bij leeftijd < 2 of > 70 jaar: 1 dag);
    • frequente waterdunne diarree met aanhoudend braken, minimale vochtopname, opvallende dorst.
  • Zie de patiënt in elk geval nog dezelfde dag bij klachten die kunnen wijzen op een ernstige oorzaak van de diarree.

Lichamelijk onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Beoordeel de algemene toestand en de mate van ziekzijn: koorts, sufheid, verwardheid, (neiging tot) flauwvallen (wijzend op ernstig ziekzijn/dehydratie).
  • (Zo nodig) ademhaling, pols en bloeddruk.
  • (Zo nodig) beoordeling van het abdomen (in elk geval bij klachten die mogelijk wijzen op een ernstige oorzaak van de diarree).
  • Let bij kinderen op aanwijzingen voor dehydratie: ademhalingspatroon, capillaire refill, turgor van de buikhuid, ingezonken ogen, droge slijmvliezen, koude extremiteiten, zwakke pols, afwezigheid van tranen, versnelde hartslag, ingezonken fontanel.

Aanvullend onderzoekNaar de tekst van de NHG-Standaard

Fecesonderzoek wordt aangevraagd bij:

  • zieke patiënten (aanhoudende of hoge koorts, frequente waterdunne diarree, of bloed bij de ontlasting);
  • immuungecompromitteerde patiënten;
  • verhoogd besmettingsgevaar voor anderen;
  • (eventueel) diarreeduur > 10 dagen.

Noteer de achtergrondinformatie op het laboratoriumaanvraagformulier.

Specifieke bacteriën of protozoa: zie de hoofdtekst van de NHG-Standaard Acute diarree.

EvaluatieNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Ongecompliceerde acute diarree: geen bijkomende ziekteverschijnselen (koorts, bloed, ernstig ziekzijn, aanhoudende of hevige buikpijn) en geen aanwijzingen voor (verhoogd risico op) dehydratie.
  • Verhoogd risico op dehydratie: één of meer aanwijzingen voor een negatieve vochtbalans (zie Anamnese) zonder aanwijzing(en) voor dehydratie bij lichamelijk onderzoek.
  • Dehydratie: één of meer aanwijzingen voor een negatieve vochtbalans plus aanwijzing(en) voor dehydratie bij lichamelijk onderzoek. De kans op dehydratie neemt toe naarmate meer parameters bij lichamelijk onderzoek positief zijn. Bij kinderen wijst een capillaire refill > 1,5 à 2 seconden op dehydratie.
  • Acute diarree met algemene ziekteverschijnselen of een verhoogd risico op een ernstig beloop: schat de ernst van de situatie in op grond van de mate van ziekzijn, leeftijd, comorbiditeit, immuunstatus en comedicatie.
  • Acute diarree ten gevolge van andere (ernstige) oorzaken dan een gastro-enteritis.

Richtlijnen beleidNaar de tekst van de NHG-Standaard

Voorlichting en adviezenNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Het beloop is meestal ongecompliceerd; na 10 dagen is 90% klachtenvrij; dehydratie komt zelden voor.
  • Drink meer dan normaal, in kleine beetjes, juist ook bij braken. Zet (onverdunde) flesvoeding of borstvoeding voort.
  • Dieet of vasten is niet zinvol. De patiënt mag eten wat goed valt en waar hij trek in heeft; bij buikkrampen kleine porties.
  • Diarree > 7 dagen of opnieuw diarree: beperk zoete dranken (zoals melk en appelsap).
  • Extra aandacht voor hygiëne.
  • Overweeg tijdelijk staken van diuretica en medicatie die hyperkaliëmie bevordert (RAS-remmers). Wees bedacht op het ontstaan van hypoglykemie bij orale bloedglucoseverlagende middelen. Houd rekening met verminderde absorptie van geneesmiddelen. Bij lithium kan door dehydratie ook een te hoge spiegel ontstaan.
  • Reizigersdiarree: geef mondelinge en schriftelijke voorlichting. Geef ORS mee naar gebieden met verhoogd risico; geef een antibioticum mee bij hoge uitzondering (ciprofloxacine 500 mg 2 dd gedurende 3 dagen of 1000 mg eenmalig, beide per os).

Medicamenteuze behandelingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Slechts bij (verhoogd risico op) dehydratie is medicamenteuze behandeling met ORS nodig.
  • Adviseer kant-en-klare ORS-drank of -poeder (voor gebruik zie tabel). Adviseer naast ORS ander voedsel en drinken, maar geef ORS apart.
  • Bij dehydratie: herstel de vochtbalans binnen 3-4 uur; om de paar minuten een slokje ORS.
  • Bij hinderlijke klachten kan symptomatisch loperamide gedurende maximaal 2 dagen overwogen worden: eerste dosis bij volwassenen 4 mg; daarna elke 2 uur 2 mg (maximaal 16 mg/dag) tot eerste gevormde ontlasting. Bij leeftijd < 8 jaar wordt loperamide ontraden. Absolute contra-indicaties: < 3 jaar, koorts én bloederige diarree, aanhoudende diarree na gebruik van een breedspectrumantibioticum, zwangerschap of borstvoeding.
  • Overweeg bij volwassen patiënten met algemene ziekteverschijnselen (aanhoudende of hoge koorts, veel bloed en slijm bij de ontlasting) of een gecompromitteerd immuunsysteem, indien de verwekker niet bekend is: azitromycine 500 mg 1 dd gedurende 3 dagen.
  • Specifieke bacteriën en protozoa: zie de hoofdtekst van de NHG-Standaard Acute diarree.

Indicatie Dosering ORS Opmerking
Verhoogd risico op dehydratie< 6 jaar: 10 ml/kg/keer
> 6 jaar: tot 300 ml/keer
na elke waterdunne diarree, tot ontlasting niet waterdun meer is
Dehydratie10-25 ml/kg/uurna verbetering: volg schema verhoogd risico

ControleNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij ongecompliceerde acute diarree: niet nodig.
  • Bij verhoogd risico op dehydratie: na ongeveer 4 uur (telefonisch). Bij geen verbetering: beoordeel de patiënt opnieuw.
  • Bij dehydratie: beoordeel de patiënt opnieuw na 4 uur rehydratietherapie. Na duidelijke klinische verbetering: beleid als bij verhoogd risico op dehydratie.

VerwijzingNaar de tekst van de NHG-Standaard

  • Bij ernstig algemeen ziekzijn of bij verhoogde kans op een ernstig beloop.
  • Bij rehydratiepoging zonder verbetering of met klinische achteruitgang of bij dehydratie die niet thuis kan worden behandeld.
  • Bij ernstige dehydratie (hypotensie, bewustzijnsvermindering of verwardheid, diep en snel ademhalen).
  • Verdenking op HUS bij infectieuze diarree veroorzaakt door EHEC.