U bent hier

Rodehond en Oekraïense vluchtelingen

In Nederland zijn inmiddels duizenden vluchtelingen uit Oekraïne gearriveerd. Door deze vluchtelingenstroom ontstaan er diverse infectieziekterisico’s, zoals rodehond. 

Belangrijkste aandachtspunten 

  • Houd rekening met een verhoogde kans op rodehond (bijvoorbeeld bij ongevaccineerde kinderen met exantheem). 

--- 

Hieronder leest u achtergrondinformatie over rodehond.

Vaccinatiegraad is laag 

In Oekraïne is de vaccinatiegraad voor 2 doses BMR laag (82%) en is rodehond endemisch.  

Vaccinatieschema 

BMR-vaccinatie (levend verzwakt vaccin) is in Nederland opgenomen in het RVP en wordt toegediend op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar. 

Verwekker

Rodehond wordt veroorzaakt door het rubellavirus (een RNA-virus).  

Klinisch beeld  

In ongeveer de helft van de gevallen verloopt de infectie subklinisch. Indien zich symptomen ontwikkelen, dan is vrijwel altijd huiduitslag het eerste symptoom. Huiduitslag en koorts ontstaan zo’n 12-23 (meestal 14-16) dagen na besmetting. 

De rode huiduitslag begint in het gelaat en verspreidt zich snel naar de romp, en vervolgens (binnen zo’n 2 dagen) naar armen en benen. Het is een rozerode maculopapuleuze uitslag. De huiduitslag in het gelaat conflueert vaak in de loop van de tijd.  

Symptomatische patiënten melden vaak opgezette pijnlijke lymfklieren (retro-auriculair, occipitaal of cervicaal), algemene malaise, lichte verhoging of koorts. Deze klachten kunnen al aanwezig zijn voor de huiduitslag ontwikkelt (prodromaal). Andere symptomen zijn: keelpijn, rhinitis, hoesten en conjunctivitis. Soms ook artritis of artralgie. 

Rodehond kent in zeldzame gevallen een gecompliceerd beloop zoals trombocytopenische purpura, encefalitis of het syndroom van Guillain Barré. 

Bij zwangeren kan het doormaken van rodehond leiden tot het congenitaal rubellasyndroom bij het kind (met name bij een rubella-infectie in de 1e helft van de zwangerschap). 

Transmissie 

Transmissie vindt plaats door direct contact via de handen of aerogeen via aerosolen bij hoesten/praten. De bron kan zowel een patiënt met klinische rubella zijn, als iemand die een subklinische infectie doormaakt. De besmettelijke periode begint zo’n 10 dagen vóór en loopt tot ongeveer 7 dagen na het begin van de huiduitslag. 

Diagnostiek 

De klinische diagnose van rubella is weinig betrouwbaar. Er is een relatief grote gelijkenis met andere erythemateuze dermatosen (‘vlekjesziekten’) en met weinig specifiek onderscheidende kenmerken. 

Diagnostiek wordt gedaan door middel van PCR-analyse van een keeluitstrijk of urine, mits de diagnostiek kort na het ontstaan van de huiduitslag wordt ingezet (bij voorkeur <3 dagen). Wordt diagnostiek later ingezet, dan wordt ook serologie geadviseerd (IgM in serum). 

Deze diagnostiek wordt maar in enkele gespecialiseerde laboratoria uitgevoerd.  

Meldplicht 

Rubella is een meldingsplichtige ziekte groep B2. Is rubella vastgesteld, dan moet dit gemeld worden bij de GGD. 

Meer informatie vindt u in de LCI richtlijn Rodehond (rivm.nl).