Laatst gewijzigd op: juli 2026
Bij sommige specialistische middelen is dit extra aanbod en facultatieve zorg en zijn aanvullende randvoorwaarden van toepassing. Voor de juiste begeleiding van de patiënt kan een oproepsysteem voor controle, voldoende ervaring, tijd en extra kennis over het voorschrijven van specialistische medicatie nodig zijn. In de meeste gevallen sluit dit aan bij de kennis van de huisarts, bijvoorbeeld bij veelgebruikte medicatie die niet per se is voorbehouden aan een specialisme (zoals antihypertensiva en statines). Kijk dan naar de factsheet met randvoorwaarden van LHV en FMS.
Conclusies en adviezen voor de praktijk
- De huisarts herhaalt geen specialistische medicatie voor patiënten met een chronische aandoening, tenzij de huisarts zelf instemt met dit extra aanbod. Hierbij is overdracht met (controle)instructie van de behandelend medisch specialist noodzakelijk evenals de mogelijkheid tot laagdrempelig overleg en terugverwijzing indien nodig.
- Ook als huisartsen geen herhaalrecepten voor specialistische medicatie uitschrijven, kan kennis over deze medicatie nuttig zijn.
Specifieke medicatie
- Voor informatie over clozapine, zie bijlage Voorzorgen bij clozapinegebruik
- Voor informatie over lithium, zie bijlage Voorzorgen bij lithiumgebruik
Het doel van dit NHG-Standpunt is inzicht te geven in de randvoorwaarden waaronder huisartsen zelf kunnen overwegen om specialistische geneesmiddelen te herhalen. Met ‘specialistische geneesmiddelen’ bedoelen we medicatie die de huisarts in de dagelijkse praktijk in de regel niet voorschrijft maar waarvoor hij doorverwijst naar de tweede lijn of de gespecialiseerde ggz. Denk hierbij aan antipsychotica, anti-epileptica, middelen bij inflammatoire darmziekten of oncolytica.
Dit standpunt is opgesteld in overleg met LHV en FMS, en sluit aan bij de Handreiking Substitutie van zorg, de Ineen/NHG/LHV- Visie Huisartsenzorg voor patiënten met psychische problematiek en de
Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Dit standpunt vervangt het NHG-Standpunt Herhalen gespecialiseerde ggz-medicatie (2020). Veel van de uitgangspunten bleken niet alleen van toepassing op psychiatrische medicatie maar op alle specialistische geneesmiddelen. Waar we in dit standpunt spreken over ‘medisch specialist’ of ‘behandelaar’ bedoelen we psychiater (of andere ggz-behandelaar), internist, endocrinoloog, cardioloog, neuroloog, reumatoloog, uroloog, gynaecoloog et cetera.
Kernboodschappen
- Met specialistische medicatie bedoelen we medicatie die de huisarts in de dagelijkse praktijk in de regel niet voorschrijft en waarvoor hij naar de tweede lijn of de gespecialiseerde ggz verwijst. Denk aan antipsychotica, anti-epileptica, middelen bij inflammatoire darmziekten of oncolytica.
- Huisartsen herhalen alleen specialistische medicatie voor patiënten met een chronische aandoening als zij zelf aangeven dit extra aanbod te willen verzorgen, een overdracht met (controle)instructie van de behandelend specialist ontvangen en de mogelijkheid hebben om op korte termijn laagdrempelig te overleggen en terug te verwijzen.
- Huisartsen die recepten van de medisch specialist herhalen, zijn verantwoordelijk voor de medicamenteuze behandeling en de daarbij behorende (lab)controles, inclusief oproepsysteem.
- Huisartsen zijn niet verplicht om recepten van de medisch specialist te herhalen.
- Ook voor huisartsen die geen medicatie herhalen, kan kennis over deze medicatie nuttig zijn.
Patiënten met chronische aandoeningen gebruiken hun medicatie niet altijd optimaal en door intercurrente ziekten kan aanpassing van medicatie gewenst zijn. Veiligheid van zorg is een belangrijk uitgangspunt, naast patiënttevredenheid en afstemming van de zorg op de verwachtingen van de patiënt. Dit kunnen we bereiken door zorg en begeleiding zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk te organiseren.
Huisartsen zijn niet verplicht om het herhalen van specialistische medicatie van de medisch specialist over te nemen. Zij kunnen daar in bepaalde gevallen wel zelf voor kiezen. Voorwaarde is dat zij de zorg in goed overleg met de medisch specialist en de patiënt overnemen. Als de huisarts naar eigen inschatting onvoldoende tijd heeft of een andere expertise heeft, bijvoorbeeld door een te kleine populatie of doordat er geen oproepsysteem is voor noodzakelijke (lab)controles, zijn er onvoldoende randvoorwaarden aanwezig. In dat geval is het raadzaam om het voorschrijven van de betreffende herhaalmedicatie te weigeren en de patiënt te verwijzen naar de behandelend medisch specialist.
Om monitoring en continuïteit van zorg goed te kunnen borgen, kunnen de medisch specialist en de eerstelijns zorgverleners een gezamenlijk zorgovereenkomst (shared care agreement) opstellen. Hierin zijn duidelijke afspraken opgenomen over de taakverdeling van alle betrokken zorgverleners, bijvoorbeeld in de vorm van een stroomschema.
Kennis over medicatie
Ook voor huisartsen die specialistische medicatie niet herhalen kan kennis over de betreffende medicatie zinvol zijn, in geval patiënten de huisarts consulteert met klachten die samenhangen met het medicatiegebruik. Het is belangrijk dat huisartsen dergelijke complicaties herkennen en weten wanneer ze de patiënt (zo nodig met spoed) moeten doorverwijzen.
Wanneer kan de huisarts specialistische medicatie herhalen?
Stabiele patiënten
Stabiele patiënten zijn patiënten bij wie de aandoening stabiel is (in de ggz ≥ 2 jaar) en bij wie sprake is van een stabiele leefomgeving. Een stabiele patiënt heeft voldoende ziekte-inzicht, is gemotiveerd om (lab)controles te laten uitvoeren en is al lange tijd ingesteld op (co)medicatie naar tevredenheid van patiënt en medisch specialist. Bovendien is goede samenwerking tussen de patiënt en de huisarts van belang om betrouwbare afspraken te kunnen maken.
Overdracht door de specialist
De medisch specialist moet de huisarts bij terugverwijzing van een stabiele patiënt informeren over het te verwachten beloop, hoe om te gaan met de medicatie en (indien van toepassing) het signalerings- en/ of crisisplan, inclusief een behandeladvies voor situaties waarin de patiënt niet stabiel is. Volgens de NHG-Richtlijn Informatie-uitwisseling huisarts-specialist hoort de instructie van de medisch specialist aan de huisarts informatie te bevatten over de voornaamste bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van tweedelijnsmedicatie, naast uitleg over de frequentie en inhoud van de noodzakelijke (lab)controles.
Instemming en deskundigheid van de huisarts
Huisartsen kunnen op grond van extra aanbod en beschikking over voldoende randvoorwaarden, akkoord gaan met de overname van een patiënt die specialistische medicatie gebruikt. Ze zijn dit niet verplicht. Overnemen van de begeleiding van patiënten met een in de tweede lijn of ggz behandelde aandoening, kan naast voldoende tijd ook om speciale competenties vragen. Niet alle huisartsen hebben de mogelijkheid voor dit extra aanbod. Het beleid bij specialistische medicatie kan om specifieke expertise, laboratoriumcontroles met een oproepsysteem en regelmatig overleg met de medisch specialist vragen. Huisartsen zouden bij voorkeur geen patiënten moeten overnemen die meervoudige, complexe medicatie gebruiken of die complexe ziektebeelden hebben. Bij twijfel moeten ze kunnen overleggen met of verwijzen naar de behandelend medisch specialist.
Beschikbaarheid voor overleg en terugverwijzing
De huisarts dient laagdrempelig (en zo nodig met spoed) te kunnen overleggen met de behandelend medisch specialist. De medisch specialist, ziekenhuis of de ggz dient de patiënt zowel overdag als tijdens ANW-uren zo nodig (tijdelijk) te kunnen overnemen. Toegang tot tweedelijnszorg en ggz zonder wachttijd moet gewaarborgd blijven.
Aanvullende informatie rondom psychiatrische medicatie
Zwangerschap en psychiatrische medicatie
De begeleiding van zwangere patiënten die psychofarmaca gebruiken vereist te allen tijde specifieke kennis. Verwijs deze patiënten altijd naar de psychiater met ervaring in begeleiding van zwangere vrouwen.
Patiëntvoorlichting
De patiënt moet akkoord gaan met de controles en begeleiding door de huisarts. Tijdens de stabiele fase zal deze zorg weinig afwijken van die van de medisch specialist.
- Wijs patiënten op de blijvende noodzaak en het belang van (lab)controles.
- Ontraad zelfzorgmedicatie zonder advies van apotheker of arts en verwijs voor specifieke informatie naar de bijsluiter.
- Houd rekening met ziekte-inzicht en de gezondheidsvaardigheden van de patiënt.
Labcontroles: hoe organiseer je de zorg?
Volgens de Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg is het de verantwoordelijkheid van de voorschrijvende arts om toe te zien op noodzakelijke controles bij het herhalen van chronische medicatie. De aanwezigheid van een oproepsysteem (of een andere effectieve methode bij afwezigheid daarvan) is een van de voorwaarden voor het herhalen van specialistische medicatie.
- FMS_Factsheet-Terugverwijzen-van-medisch-specialistische-zorg2025_v03.pdf
- Van den Houdt F. Monitoring antipsychotica verrijking voor apotheek. Pharmaceutisch Weekblad, 10 maart 2023.
- Handreiking verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Utrecht: KNMG, 2022. https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/verantwoordelijkheidsverdeling, geraadpleegd januari 2023.
- Visie Huisartsenzorg voor patiënten met psychische problematiek, Utrecht: InEen, LHV, NHG, 2022
- https://www.nhg.org/thema/psychische-huisartsenzorg/visie-huisartsenzorg-voor-patien-ten-met-psychische-problematiek/, geraadpleegd januari 2023
- Richtlijn Informatie-uitwisseling tussen Huisarts en Specialist. Utrecht: NHG/FMS, 2017. https://www.nhg.org/themas/publicaties/richtlijn-informatie-uitwisseling-tussen-huisarts-en-speci-alist-hasp, geraadpleegd januari 2023.
- Handreiking Substitutie van zorg. Utrecht: LHV/FMS, 2017. http://www.demedischspecialist.nl/sites/default/files/Handreiking_Substitutie_DEF2_LR.pdf, geraadpleegd januari 2023.