Door klimaatverandering worden in Zuid-Europa steeds vaker infectieziekten gezien die worden overgedragen door lokaal aanwezige muggen. Het betreft onder andere dengue, chikungunya en westnijlvirusinfecties. Deze pagina ondersteunt huisartsen bij vragen over, òf vermoeden van, dengue, chikungunya of westnijlvirus, opgelopen binnen Europa. Deze informatie heeft dus specifiek betrekking op infecties die binnen Europa zijn verworven en niet op infecties die zijn opgelopen tijdens een reis naar (sub)tropische gebieden buiten Europa.
Belangrijkste aandachtspunten
- Dengue, chikungunya en westnijlvirusinfectie kunnen binnen Europa worden opgelopen door een beet van een besmette mug. De mug die chikungunya en dengue kan overdragen komt op dit moment nog niet voor in Nederland.
- Lokale overdracht van deze infectieziekten binnen Europa is zeldzaam; het wordt in Zuid-Europa op beperkte schaal gezien. In Nederland is tot op heden alleen incidenteel lokale overdracht van het westnijlvirus vastgesteld.
- Westnijlvirusinfecties verlopen meestal asymptomatisch.
- Mogelijke klachten bij dengue en chikungunya zijn: koorts, hoofdpijn, huiduitslag en spier- en gewrichtspijn, soms ernstig of langdurig. Deze infecties kunnen ook asymptomatisch verlopen.
- Terugkerende reizigers uit Europa met milde, aspecifieke klachten hoeven doorgaans niet getest te worden op dengue of chikungunya vanwege de lage incidentie. Als de patiënt door lokale autoriteiten is gewaarschuwd voor een lokale uitbraak met deze verwekkers, is diagnostiek te overwegen.
- Er is geen specifieke antivirale behandeling beschikbaar voor deze infecties.
- Ter preventie worden muggenwerende maatregelen geadviseerd. Reizigers kunnen zich met vragen over de lokale situatie van het reisdoel en eventuele maatregelen of vaccinatie richten tot een erkend reizigersadviseur (zie LRC en GGD voor meer informatie).
Achtergrondinformatie
Epidemiologie
- De afgelopen decennia zijn er lokale uitbraken door westnijlvirus gerapporteerd in Zuidoost- en Zuid-Europese landen. In 2020 zijn er enkele lokale besmettingen in Nederland gemeld.
- Lokale overdracht van dengue en chikungunya door besmette muggen vindt op beperkte schaal plaats in de Zuid-Europese landen Italië, Frankrijk en Spanje. Voor dengue wisselt het aantal meldingen van lokale besmettingen in de afgelopen jaren, variërend van enkele tientallen tot enkele honderden per jaar; incidenteel zijn er meldingen van lokale besmettingen met chikungunya in Italië en Frankrijk. In Nederland komen deze infectieziekten tot nu toe alleen voor bij reizigers die zijn teruggekeerd uit gebieden waar ze voorkomen.
Transmissie
Westnijlvirus
- Infectie door het westnijlvirus vindt vrijwel altijd plaats door een besmette huissteekmug, een mug die overal in Nederland voorkomt. De muggen kunnen het virus alleen oppikken bij vogels, niet bij mensen. Transmissie via bloedtransfusie, prikaccidenten en intra-uteriene overdracht is wel beschreven.
- De incubatieperiode na een beet met een met westnijlvirus besmette mug is 2-14 dagen (meestal 2-6 dagen).
Dengue en chikungunya
- Dengue en chikungunya kan worden overgebracht door een besmette Aziatische tijgermug en de gelekoortsmug. Deze muggen zijn op dit moment niet gevestigd in Nederland. Een mug kan besmet raken door het steken van een besmet persoon en vervolgens een ander persoon besmetten. Het virus draagt in principe niet over van mens op mens, behalve in zeldzame gevallen van intra-uteriene besmetting van moeder naar kind.
- De incubatieperiode na een beet met een besmette mug is bij dengue 3-14 dagen (meestal 4-7 dagen) en bij chikungunya 1-12 dagen (meestal 3-7 dagen).
Klinisch beeld
Westnijlvirus
- Ongeveer 80% van de mensen geïnfecteerd met het westnijlvirus blijft asymptomatisch. Symptomatische patiënten met westnijlvirusinfectie hebben meestal een griepachtig beeld (westnijlkoorts) met plotseling opkomende koorts, hoofdpijn, spierpijn, en daarbij gastro-intestinale klachten en soms huiduitslag en lymfadenopathie. Bij 1% van de mensen kan infectie leiden tot een griepachtig beeld met ernstige neurologische verschijnselen (westnijlneurologische ziekte), zie Beloop.
Dengue en chikungunya
- Zo’n 40-80% van de mensen met een denguevirusinfectie vertoont geen symptomen. Tot ongeveer 30% van de volwassenen met chikungunya krijgt geen klachten en bij kinderen is dit mogelijk vaker.
- Chikungunya en dengue zijn klinisch moeilijk van elkaar te onderscheiden. Beide infectieziekten kunnen de volgende klachten veroorzaken:
- koorts,
- hoofdpijn,
- pijn achter de ogen,
- spier- en gewrichtspijn,
- moeheid,
- maculo-papulaire huiduitslag.
- Een ernstig beloop wordt vaker gezien bij dengue, omdat dengue tot o.a. hemorragie en shock kan leiden. Zie Tabel 1 in LCI-richtlijn Dengue voor de overeenkomsten en verschillen tussen de infecties met dengue en chikungunyavirus.
Beloop
Westnijlvirus
- De klachten van een westnijlvirusinfectie verdwijnen veelal binnen 1 week. In zeldzame gevallen ontstaat de westnijlneurologische ziekte met (meningo-)encefalitis, meningitis of myelitis met acute slappe verlamming.
- Na een doorgemaakte infectie met westnijlvirus is men levenslang immuun.
Dengue
- De meeste symptomatische patiënten met dengue herstellen snel en volledig (dagen tot een week). Bij een klein deel van de patiënten is het beloop van dengue ernstig. Bij ernstige dengue treedt er na 2-5 dagen verslechtering op door het ontwikkelen van een verhoogde bloedingsneiging. Dit kan leiden tot shock of orgaanfalen.
- Na een doorgemaakte dengue-infectie is een persoon langdurig (meestal levenslang) beschermd tegen het serotype dat de infectie heeft veroorzaakt. Ook kan er tijdelijk kruisbescherming zijn tegen de andere serotypen (meestal 1-2 jaar). Het is mogelijk om dengue nogmaals te krijgen door een van de andere serotypen als er geen kruisbescherming meer is. Bij een tweede besmetting is de kans op een ernstig beloop groter.
Chikungunya
- Bij de meeste patiënten met chikungunya verdwijnen de symptomen binnen 1-3 weken. Bij een aanzienlijk deel van de patiënten kunnen gedurende maanden volgend op de acute infectie terugkerende reumatologische symptomen optreden. 30-40% van de patiënten ervaren in deze chronische fase gewrichtspijn. In tegenstelling tot dengue worden bij chikungunya complicaties als hemorragie, shock en sterfte relatief weinig gezien.
- Na een doorgemaakte infectie met chikungunyavirus is men langdurig immuun.
Diagnostiek
- Omdat de klachten van een westnijlvirusinfectie veelal aspecifiek zijn, zal een infectie over het algemeen niet te onderscheiden zijn van veelvoorkomende virale luchtweginfecties. Een huisarts zal daarom over het algemeen geen vermoeden hebben van een infectie met deze verwekker.
- Dengue of chikungunya na een bezoek aan Zuid-Europese landen is vooralsnog zeldzaam (zie Epidemiologie). Terugkerende reizigers uit Europa met milde aspecifieke klachten hoeven daarom doorgaans niet getest te worden op dengue of chikungunya; als de patiënt door lokale autoriteiten is gewaarschuwd voor een lokale uitbraak met deze verwekkers, is diagnostiek te overwegen.
- Keuze voor diagnostiek bij een vermoeden van een muggenoverdraagbare infectieziekte is complex. Het lijkt raadzaam om over eventuele diagnostiek te overleggen met een internist-infectioloog of arts-microbioloog, mede gezien de zeldzaamheid van deze vraag en de bredere differentiaaldiagnose.
Beleid
- Er is geen specifieke antivirale behandeling voor westnijlvirus, dengue of chikungunya. Behandeling is symptomatisch van aard.
- Het gebruik van NSAID’s wordt bij een vermoeden van dengue afgeraden, vanwege het verhoogde bloedingsrisico bij een gecompliceerd beloop.
- Bij twijfel over de diagnose dengue of chikungunya òf het te voeren beleid, mede gezien de bredere differentiaaldiagnose, wordt geadviseerd om een internist/infectioloog of arts-microbioloog te consulteren.
- Bij ernstig algemeen ziekzijn of neurologische verschijnselen worden patiënten in de regel direct verwezen naar het ziekenhuis.
Meldingsplicht
- Westnijlvirusinfectie is een meldingsplichtige ziekte groep C en moet bij vaststelling in het laboratorium binnen 1 werkdag door de behandelend arts gemeld worden aan de GGD.
- Ook dengue en chikungunya zijn meldingsplichtige ziekten groep C, maar deze virusinfecties zijn alleen meldingsplichtig bij vaststelling in het laboratorium in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
Profylaxe
- Reizigers kunnen zich met vragen over de lokale situatie van het reisdoel en eventuele maatregelen of vaccinatie (tegen dengue of chikungunya) richten tot een erkend reizigersadviseur (zie LRC en GGD).
- Muggenwerende maatregelen worden aangeraden (zie LCI-richtlijn Muggenwerende maatregelen). Verwijs daarvoor naar thuisarts.nl.
- Er is geen vaccin tegen westnijlvirus op de markt.
Scope
- De tekst op deze pagina is gemaakt om huisartsen te ondersteunen bij vragen over, òf vermoeden van, dengue, chikungunya of westnijlvirus, opgelopen tijdens een verblijf in Europa.
- Binnen Europa wordt lokale overdracht van deze infectieziekten vooral gezien in delen van Zuid-Europa. Dengue, chikungunya komen in (sub)tropische gebieden buiten Europa echter veel vaker voor.
- De diagnostische afweging bij terugkerende reizigers uit (sub)tropische gebieden verschilt van die bij reizigers die uitsluitend in Europa zijn geweest. Koorts en/of griepachtige klachten na een verblijf in de (sub)tropen kennen een brede differentiaaldiagnose waaronder malaria, chikungunya, dengue, zika en andere infectieziekten.
- Deze pagina gaat dan ook nadrukkelijk niet over koorts en/of griepachtige klachten bij terugkerende reizigers uit de (sub)tropen. Voor die patiënten is doorgaans laagdrempelig overleg met een internist-infectioloog of arts-microbioloog aangewezen.
Meer informatie en totstandkoming
De adviezen over patiënten met (vermoeden van) dengue in de huisartsenpraktijk zijn gebaseerd op informatie van het RIVM. Voor details en aanvullende informatie, zie :
- Diagnostiek naar dengue na vakantie in Europa? | H&W
- https://lci.rivm.nl/richtlijnen/dengue
- https://rivm.nl/dengue
- https://www.rivm.nl/chikungunya
- https://lci.rivm.nl/richtlijnen/chikungunya
- https://lci.rivm.nl/richtlijnen/westnijlvirusinfectie
- https://www.ecdc.europa.eu/en/all-topics-z/dengue/surveillance-and-disease-data/autochthonous-transmission-dengue-virus-eueea-previous-years
- https://www.rivm.nl/infectieziektebestrijding/pandemische-paraatheid/zoonosenbeleid/kpvi