Publicatie | maart 2026
Kernboodschappen
- Het inzetten van vragenlijsten bij telemonitoring van patiënten met een chronische aandoening in de huisartsenpraktijk kan zinvol zijn.
- Telemonitoring in de huisartsenpraktijk wordt ingezet voor het vervolgen van de behandeling van een chronische aandoening, maar is niet bedoeld voor het signaleren van acute ontregelingen van de gezondheidstoestand van de patiënt. De patiënt dient in acute situaties zelf contact op te nemen met de zorgverlener.
- Beslis samen met de patiënt over het inzetten van vragenlijsten bij het vervolgen van de behandeling en maak duidelijke afspraken.
- De belangrijkste afspraak betreft de benodigde actie die de patiënt bij acute ernstige klachten moet ondernemen.
- De patiënt dient goed geïnformeerd en geïnstrueerd te zijn over deze afspraken.
- Laat bij voorkeur, indien passend bij de kennis en vaardigheden van de patiënt, vragenlijsten digitaal aanleveren, en registreer informatie over vragenlijsten in het HIS.
Waar ‘huisarts’ staat, bedoelen we de huisarts en andere medewerkers uit de huisartsenpraktijk.

NHG-Standpunt Zelfmetingen bij telemonitoring
Het standpunt Gebruik van vragenlijsten bij telemonitoring hangt samen met het standpunt Zelfmetingen bij telemonitoring.
Aanleiding
In 2023 heeft het NHG het standpunt Gebruik van zelfmetingen bij telemonitoring in de huisartsenpraktijk gepubliceerd. De publicatie van het standpunt over zelfmetingen heeft geleid tot vragen over het inzetten van vragenlijsten bij het vervolgen van patiënten met een chronische aandoening.
Telemonitoring, en daarbij het inzetten van gestandaardiseerde vragenlijsten, wordt ingezet in de huisartsenpraktijk omdat het mogelijk tijdswinst en kwaliteit oplevert, en de zorg laagdrempeliger en kosten-effectiever maakt.
Uit de E-healthmonitor 2023 van het RIVM blijkt dat van de mensen met een chronische aandoening 43% een digitale vragenlijst invult via een patiëntportaal. Verwacht wordt dat hierdoor, tijdens het (fysieke of digitale) consult, sneller over wordt gegaan op de kern van het gesprek, of een fysiek consult kan komen te vervallen.
Doel van dit standpunt
Omdat er, ondanks overeenkomsten, toch ook wezenlijke verschillen zijn tussen het inzetten van vragenlijsten en zelfmetingen, is het standpunt Gebruik van zelfmetingen bij telemonitoring in de huisartsenpraktijk niet zonder meer toepasbaar bij het inzetten van vragenlijsten.
Dit standpunt over vragenlijsten beschrijft daarom wat de specifieke kwaliteitskaders zijn om vragenlijsten bij telemonitoring verantwoord in te zetten in de huisartsenpraktijk.
Telemonitoring versus bewaking
Telemonitoring is het op afstand volgen van de gezondheidssituatie van de patiënt, waarbij uitslagen van metingen en/of antwoorden op vragenlijsten worden gedeeld met de zorgverlener volgens afgesproken doelen en beleid. Telemonitoring kan verantwoord worden ingezet in de huisartsenpraktijk, maar is niet hetzelfde als actieve bewaking van de patiënt. De huisarts beschikt in principe niet over mogelijkheden om afwijkende uitslagen proactief te signaleren en hier tijdig passende actie op te ondernemen.
Scope
Dit NHG-Standpunt beperkt zich tot vragenlijsten die:
- worden ingevuld op verzoek van, en in samenspraak met, de huisarts.
- aanbevolen worden in een NHG-richtlijn, die zijn gevalideerd in de huisartsenpraktijk, en die ook worden ingezet voor het doel waarvoor ze in de huisartsenpraktijk zijn gevalideerd.
- worden ingezet bij het vervolgen van de behandeling van chronische aandoeningen binnen de huisartsenpraktijk.
- worden ingezet bij volwassen patiënten (18+).
- een of meerdere (deel)uitslag(en) opleveren (Patient Reported Outcome Measures ofwel PROMs) op basis waarvan conclusies worden getrokken voor de verdere behandeling.
De volgende vragenlijsten vallen buiten de scope van dit standpunt:
- PREMs (Patient Reported Experience Measures): dit zijn vragenlijsten met uitkomstmaten die vooral over het zorgproces gaan en hoe patiënten dat ervaren.
- PROMs die in de tweede lijn worden gebruikt, of door andere zorgverleners in de eerste lijn.
- Vragenlijsten waar geen conclusie of beleidsbeslissing op gebaseerd wordt, maar die zijn bedoeld om informatie te verzamelen, zoals een formulier voor proactieve zorgplanning.
- Vragenlijsten die worden ingezet in de diagnostische fase van een aandoening.
- Vragenlijsten om acute ontregelingen te signaleren.
- Gevalideerde vragenlijsten die ingezet worden voor een doel waarvoor deze vragenlijsten niet gevalideerd zijn in de huisartsenpraktijk. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van een CCQ om longaanvallen te signaleren.
Overeenkomsten
- Zowel vragenlijsten als zelfmetingen worden in de huisartsenpraktijk ingezet bij telemonitoring.
- Vragenlijsten en zelfmetingen worden beide in de huisartsenpraktijk niet ingezet met als doel het opsporen van acute ontregelingen.
- De voor- en nadelen, randvoorwaarden en het zorgproces bij het inzetten van vragenlijsten en zelfmetingen bij telemonitoring vertonen veel overeenkomsten.
Verschillen
Interpretatie van de uitslag
Bij een vragenlijst geeft de patiënt antwoord op vragen uit een lijst. Bij een CCQ beantwoordt de patiënt bijvoorbeeld een vraag als ”Hoe vaak voelde u zich in de afgelopen week kortademig in rust?” De huisarts bepaalt vervolgens aan de hand van de antwoorden de uitslag van de vragenlijst, interpreteert deze en beoordeelt welke consequenties de uitslag heeft voor het beleid.
Bij een zelfmeting voert de patiënt zelf een meting uit, bijvoorbeeld een glucosemeting in het kader van diabetes. De patiënt bepaalt de meetwaarde van de uitslag. De patiënt levert de uitslag aan bij de huisarts, die de uitslag interpreteert en beoordeelt welke consequenties de uitslag heeft voor het beleid.
Acute ontregelingen
Klachten waarover vragen worden gesteld in een vragenlijst kunnen zo heftig zijn (bijvoorbeeld heftige kortademigheid in rust) dat acuut contact met de zorgverlener wenselijk is. De patiënt moet kunnen herkennen dat hij bij dergelijke heftige klachten direct zelf contact moet opnemen met de zorgverlener, en niet de bepaling van de uitslag van de vragenlijst en interpretatie door de arts afwachten.
Een afwijkende uitslag van een zelfmeting (bijvoorbeeld een nuchtere glucosewaarde van 25 mmol/l) kan een acute actie noodzakelijk maken. De patiënt moet daarom kunnen herkennen welke meetwaarden noodzaken tot actie, zelfs als er geen klachten zijn. De patiënt moet beseffen dat hij bij dergelijke meetwaarden direct zelf contact opneemt met de zorgverlener, en niet de interpretatie van de arts afwachten.
| Uitslag | Een uitslag is het resultaat (de uitkomst) van een uitgevoerde meting. Achtergrond: Een uitslag kent meerdere eigenschappen. Een uitslag bevat informatie over de uitgevoerde meting, waaronder informatie over de gemeten waarde, maar ook informatie over het moment van meten en de uitvoerder. De uitslag van een CCQ-vragenlijst is bijvoorbeeld: waarde 0,75, geregistreerd door de praktijkondersteuner, op 6 december 2024. |
| Meetwaarde | Een meetwaarde is de waarde van een uitslag. Achtergrond: Een meetwaarde is één van de eigenschappen van een uitslag. In het geval van een CCQ-vragenlijst is de meetwaarde bijvoorbeeld 0,75. |
Mogelijke voor- en nadelen van het inzetten van vragenlijsten
Voordelen
Een voordeel van het inzetten van gestandaardiseerde vragenlijsten in de huisartsenpraktijk is dat de vragenlijsten altijd hetzelfde zijn. Hierdoor zijn de uitslagen van een patiënt in de loop van de tijd vergelijkbaar. Dit maakt het mogelijk hieraan conclusies te verbinden over de ernst en het beloop van een chronische aandoening. Klachten worden hierdoor mogelijk sneller en effectiever gesignaleerd en besproken. Dit kan de kwaliteit van de zorg verbeteren met als gevolg bijvoorbeeld betere controle.
Andere voordelen zijn:
- Het levert mogelijk gemak op voor de patiënt. (De patiënt hoeft bijvoorbeeld niet naar de huisartsenpraktijk te komen).
- Mits goed georganiseerd, neemt mogelijk ook de belasting voor de huisarts af en kunnen er tijd en kosten worden bespaard.
- Patiënten zijn onderling vergelijkbaar, wat bijvoorbeeld kan worden gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek.
Nadelen
Er zijn ook nadelen en mogelijke risico’s verbonden aan het inzetten van vragenlijsten. Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die acute klachten niet direct meldt bij de huisarts, maar deze noteert in een vragenlijst en daarbij veronderstelt dat de huisarts op deze manier de acute situatie signaleert. In dat geval kunnen gevaarlijke situaties ontstaan, zoals vertraging van de behandeling van de acute situatie. Een ander nadeel is bijvoorbeeld dat het invullen en interpreteren van vragenlijsten tijd kost bij zowel patiënt als zorgverlener.
Randvoorwaarden
Voor het verantwoord inzetten in de huisartsenpraktijk bij telemonitoring zijn de volgende randvoorwaarden van belang:
Beslis samen met de patiënt over het inzetten van vragenlijsten en maak duidelijke afspraken
Stem, afhankelijk van de situatie en de context van de patiënt, met de patiënt af of het inzetten van vragenlijsten bij de controle van de behandeling gewenst en uitvoerbaar is. Maak hierover gezamenlijk afspraken. Door het maken van duidelijke afspraken, weten patiënten wat van ze wordt verwacht en wat van de huisarts te verwachten.
De afspraken betreffen in elk geval:
- Dat het in acute situaties niet volstaat om de vragenlijst in te vullen, maar dat het noodzakelijk is om actief contact op te nemen met de zorgverlener, met wie de patiënt in dat geval contact kan opnemen.
- Welke vragenlijst de patiënt gaat invullen.
- Hoe vaak de vragenlijst wordt ingevuld (frequentie), en gedurende welke termijn.
- Wanneer de uitslagen van de vragenlijsten worden beoordeeld door de huisarts.
- Wanneer de uitslagen van de vragenlijsten worden besproken met de patiënt.
De patiënt geeft aan te beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden
De patiënt geeft aan voldoende geïnformeerd te zijn over de randvoorwaarden.
De patiënt is (zo nodig met ondersteuning van anderen) voldoende deskundig en vaardig om vragenlijsten in te vullen en de antwoorden op de vragen aan te leveren conform de gemaakte afspraken met en instructies van de huisarts.
Vragenlijsten bij telemonitoring dienen een duidelijk doel
Vragenlijsten bij telemonitoring zijn geen doel op zich, maar een middel om een behandeling te controleren en evalueren. Bespreek wat de toegevoegde waarde is voor de huisarts en/of patiënt. Dit moet ten minste gelijkwaardig zijn aan reguliere zorg.
Het inzetten van de vragenlijst is wetenschappelijk onderbouwd
Dit standpunt beveelt alleen vragenlijsten in de monitoringsfase aan als deze volgens een NHG-Richtlijn worden aanbevolen. Deze vragenlijsten hebben bij een specifieke aandoening een zodanig hoge voorspellende waarde dat de huisarts hier consequenties aan mag verbinden ten aanzien van het vervolgbeleid. Dit leidt tot een stabiele gezondheid of gezondheidswinst. Bekijk het overzicht van de vragenlijsten die het NHG aanbeveelt.
Ga samen met de patiënt na welke vragenlijsten uitvoerbaar zijn en een zinvolle bijdrage leveren aan de zorgverlening van deze specifieke patiënt, bijvoorbeeld een CCQ bij het vervolgen van de behandeling bij een patiënt met COPD.
De huisarts beschikt over de benodigde kennis en vaardigheden
De huisarts is voldoende bekwaam om de vragenlijsten tijdens de zorgverlening te gebruiken en interpreteren. (De huisarts weet bijvoorbeeld wat de streefwaarde bij een specifieke vragenlijst is.)
De patiënt is gemotiveerd
Bespreek met de patiënt de verwachte voor- en nadelen van het inzetten van vragenlijsten (zie Mogelijke voor- en nadelen van het inzetten van vragenlijsten). Op basis van deze informatie is de patiënt gemotiveerd om vragenlijsten in te vullen en de antwoorden conform de afspraken aan te leveren bij de huisarts.
Registreer informatie over de vragenlijsten in het HIS
Leg in het HIS het volgende vast:
- Informatie over de met de patiënt gemaakte afspraken:
- Welke vragenlijst ingevuld zal worden, en met welke frequentie en gedurende welke termijn dat gebeurt.
- Noodzakelijke actie bij ernstige klachten en contactgegevens.
- Moment van aanlevering, beoordeling en bespreking van de uitslagen.
- De uitslag van de vragenlijst als gestructureerde uitslag;
- Indien gewenst de volledige vragenlijst als document.
Zoveel mogelijk digitaal of hybride
Digitale toepassingen worden steeds gewoner in de huisartsenzorg. Dat biedt kansen, bijvoorbeeld voor de toegankelijkheid, de kwaliteit van zorg of het werkplezier. Laat daarom bij voorkeur, en indien passend bij de kennis en vaardigheden van de patiënt, vragenlijsten digitaal aanleveren.
- Lees meer over hybride huisartsenzorg
In het algemeen bestaat het inbedden van vragenlijsten in het zorgproces uit de volgende fasen:
- Inventariseren of het invullen en aanleveren van vragenlijsten zinvol en haalbaar is, en zo ja: welke vragenlijst. En inventariseren of de patiënt gemotiveerd is hiervoor.
- Samen beslissen of deze patiënt vragenlijsten zal gaan invullen, en zo ja: welke.
- Maken van afspraken tussen huisarts en patiënt.
- Het vastleggen van deze afspraken in het dossier en vastleggen van instructies voor de patiënt.
- Door de patiënt invullen van de vragenlijst(en) en het registreren en (bij voorkeur digitaal) aanleveren van de antwoorden.
- Registreren van de uitslagen van vragenlijsten in het medisch dossier.
- Beoordelen van de uitslagen van vragenlijsten.
- Bespreken van de uitslagen van de vragenlijsten met de patiënt.
- Opstellen van het vervolgbeleid.
- Registratie van de beoordeling, bespreking en het beleid in het medisch dossier.
Voorlichting en instructie voor de patiënt: mondeling, met beelden en op schrift
Maak voor de patiënt onderscheid tussen het inzetten van vragenlijsten bij het vervolgen van de behandeling en actieve bewaking.
Bespreek ook met wie de patiënt zelf contact moet opnemen als de klachten zo hevig zijn dat er sprake is van een (acuut) gezondheidsgevaar.
Bespreek welk doel wordt beoogd. Leg uit hoe de antwoorden op de vragenlijst kunnen worden doorgegeven, en wanneer ze worden verwerkt en besproken. Licht toe welke informatie over de vragenlijsten opgenomen wordt in het dossier.
Zo mogelijk, en indien gewenst, wordt deze mondelinge instructie ondersteund met schriftelijke informatie, die beschikbaar is in de praktijk of via internet.
ICT-ondersteuning voor registratie en uitwisseling
Voor het registreren van informatie over afspraken en uitslagen van vragenlijsten in het HIS, en het gestandaardiseerd digitaal uitwisselen van deze informatie tussen de huisartsenpraktijk en de patiënt, zijn een aantal ICT-voorzieningen noodzakelijk.
- De patiënt beschikt over, en heeft een account van, een applicatie die gekoppeld is aan het HIS, waarmee de antwoorden op vragenlijsten worden aangeboden aan de huisarts. Denk daarbij aan een patiëntenportaal of persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).
De praktijk beschikt over:
- Een beveiligde verbinding voor het digitaal uitwisselen van patiënteninformatie. Vragenlijsten worden in het kader van de privacy- en informatiebeveiliging ‘bijzondere persoonsgegevens’ genoemd. De Praktijkwijzer Informatiebeveiliging in de eerstelijnszorg | NHG bevat praktische stappenplannen en hulpmiddelen om de informatiebeveiliging van de praktijk te laten voldoen aan de geldende normen.
- Een applicatie, gekoppeld aan het huisartsinformatiesysteem (HIS), waarmee de patiënt antwoorden op vragenlijsten kan aanleveren.
- Een HIS dat het gebruik van vragenlijsten ondersteunt.
Een HIS dat het inbedden van vragenlijsten in het zorgproces van de huisarts goed ondersteunt, is goed geïntegreerd in de bestaande zorgprocessen zonder te leiden tot een verhoging van administratieve lasten. Zo’n HIS biedt de huisarts de mogelijkheid om eenvoudig:
- Vast te leggen dat de patiënt gemotiveerd is voor het inzetten van vragenlijsten bij het vervolgen van de chronische aandoening.
- Vast te leggen welke afspraken met de patiënt gemaakt zijn over:
- Welke vragenlijst ingevuld en aangeleverd zal worden, en met welke frequentie en gedurende welke termijn dat gebeurt.
- Noodzakelijke actie bij ernstige klachten en contactgegevens.
- Moment van aanlevering, beoordeling en bespreking van de uitslagen.
- Informatie over deze afspraken te delen met de patiënt.
- De uitslagen van vragenlijsten vast te leggen als gestructureerde uitslag zoals beschreven in het HIS-Referentiemodel en als document.
Bij de publicatie van dit standpunt is deze digitale ondersteuning vanuit de HIS’en nog niet optimaal.
Opdrachtgever
Dit standpunt is opgesteld in opdracht van Heleen van Boetzelaer, clusterhoofd Bedrijfsvoering en Informatisering Huisartsenzorg NHG.
Projectgroep
- Medewerker PIH: Maret Zonneveld, projectleiding, en Erica Bastiaanssen
- Medewerker RLO: Marloes Minnaard
- Medewerker Kwaliteit: Paulien Schuttinga
- Medewerker Digitale zorg: Ingrid Hendriksen
Stuurgroep
- Medewerker PIH (Tom van den Broek)
- Medewerker RLO (Lia Boelman)
- Medewerker Kwaliteit (Jan Jansen)
- Medewerker Digitale zorg (Stijn van den Broek)
- Medewerker Beleid (Jip de Jong)
Klankbordgroep
Om inbreng vanuit de huisartsenachterban te garanderen, en zo mogelijk tegelijk draagvlak te creëren, is het standpunt getoetst bij een klankbordgroep, bestaande uit (kader)huisartsen en leden van het CMIO-netwerk.
Externe commentaarronde
Dit standpunt is ter commentaar voorgelegd aan LHV, InEen, NVVPO en Patiëntenfederatie Nederland.
Accordering
Na goedkeuring door de stuurgroep heeft een interne en externe commentaarronde plaatsgevonden bij de belangrijkste landelijke organisaties die (huis)artsen vertegenwoordigen of ondersteunen. Hierna is het standpunt vastgesteld in de Raad van bestuur en gepubliceerd.
Beheer en borging
Het standpunt zal na vaststelling beheerd en onderhouden worden binnen het programma Kwaliteit. De projectgroep zal bij oplevering aangeven op welke termijn het standpunt opnieuw beoordeeld moet worden op actualiteit. Kwaliteit zal dit in samenwerking met Digitale Zorg bewaken. Wanneer revisie van het standpunt nodig is, is dit de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de programma’s die deelnemen aan de oorspronkelijke projectgroep.
Gerelateerd aan dit NHG-standpunt
- NHG-Standpunt Zelfmetingen bij telemonitoring
- Toetsingskader IGJ Telemonitoring volwassenen thuis
- In het NHG-Voorbeeldprotocol Vragenlijsten bij telemonitoring in de huisartsenpraktijk zijn de processtappen uitgewerkt.