U bent hier

Polio en Oekraïense vluchtelingen

In Nederland zijn inmiddels duizenden vluchtelingen uit Oekraïne gearriveerd. Door deze vluchtelingenstroom ontstaan er diverse infectieziekterisico’s, zoals polio. 

Belangrijkste aandachtspunten 

  • Houd bij de beoordeling van vluchtelingen uit Oekraïne met diarree rekening met het eventuele risico op polio. Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van diagnostiek naar enterovirus (polio) indien fecesdiagnostiek naar verwekkers van diarree wordt aangevraagd. 
  • Volg instructies van de GGD indien er sprake is van een risicocontact na een daadwerkelijke casus van polio. 
  • Een verdacht geval van polio kan de eerste van een epidemie zijn en daarom moet de behandelend arts de verdenking zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 24 uur, telefonisch melden aan de GGD. 

--- 

Hieronder leest u achtergrondinformatie over polio.

Vaccinatiegraad is laag  

De vaccinatiegraad voor polio in Oekraïne is laag, landelijk 84%. In een aantal regio’s, met name in het westen van het land, is de vaccinatiegraad nog lager. Daar heeft rond 50% ten minste 3 poliovaccinaties gehad. Eind 2021 heeft Oekraïne 2 kinderen gemeld met poliomyelitis (met acute slappe verlamming) en zijn er 19 contacten positief getest op zogenaamd cVDPV2 (= circulating Vaccine Derived Polio Virus type 2). Hierdoor is er officieel sprake van een cVDPV2-uitbraak. In februari 2022 zou in Oekraïne een vaccinatiecampagne starten. 

Vaccinatieschema volgens het Rijksvaccinatieprogramma  

Iemand is volledig gevaccineerd als hij onder de 1 jaar viermaal D(K)TP heeft ontvangen (in het RVP op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden). Of als kind (>1 jaar) of volwassene driemaal D(K)TP heeft gehad in een 0-1-7 maandenschema. Op 4- en 9-jarige leeftijd wordt een herhaalvaccinatie tegen polio gegeven. 

Verwekker 

Polio wordt veroorzaakt door een enterovirus en kent meestal een incubatietijd van 7 tot 14 dagen (spreiding 3 tot 35 dagen). Verlammingsverschijnselen treden gemiddeld 11 tot 17 dagen (spreiding 8 tot 36 dagen) na besmetting op. 

Klinisch beeld  

De overgrote meerderheid van de polio-infecties (90-95%) verloopt asymptomatisch. Indien er wel symptomen zijn, betreft dit meestal een griepachtig ziektebeeld met bijvoorbeeld diarree en/of keelpijn.  

 Het ziektebeloop is onderverdeeld in de volgende hoofdfasen: 

  • Prodromale fase (aanwezig bij 4-8% van de infecties) Een licht griepachtig ziektebeeld met niet-specifieke symptomen, wat enkele dagen duurt: malaise, moeheid, prikkelbaarheid, koorts, keelpijn, neusverkoudheid, lichte hoofdpijn of maag-darmklachten.  
  • Non- of preparalytische fase (aanwezig bij 1-2% van de infecties) In deze fase vermenigvuldigt het virus zich in de keel en in het maag-darmkanaal. Patiënten hebben last van koorts, malaise, braken en hoofdpijn met soms meningeale prikkeling. Ook wordt pijn in de ledematen en spierpijn gemeld. Bij het merendeel treedt snel spontaan herstel op.  
  • Paralytische fase (bij 0,5-1% van de infecties) Indien het centrale zenuwstelsel wordt geïnfecteerd, dan gaat de ziekte over in de paralytische fase. In zo’n 2 tot 3 dagen ontwikkelt een slappe paralyse waarbij de onderste extremiteiten vaker zijn aangedaan dan de bovenste extremiteiten. Gevoelsstoornissen zijn zeldzaam. Verlammingsverschijnselen worden vaker gezien bij oudere patiënten en kunnen ook optreden bij personen die tot dan toe geen klachten hadden. 

In 5-35% van de paralytische gevallen worden ook de hersenzenuwen aangetast en spreekt men van de bulbaire vorm van poliomyelitis. Er kunnen bedreigende slik- en ademhalingsproblemen ontstaan, waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is. Bij polio-encefalitis staan bewustzijnsstoornissen op de voorgrond. 

Transmissie 

Vermoedelijk is de grootste besmettelijkheid gedurende de eerste dagen vóór en na het begin van de symptomen. Het virus vermenigvuldigt zich in de keel, het maag-darmkanaal en lokale lymfebanen. Het virus is presymptomatisch al aanwezig in de keel en de ontlasting en wordt na besmetting nog enkele weken uitgescheiden via de feces. 

In het beginstadium van de ziekte vindt transmissie met name aerogeen plaats. Bij hanteren van goede hygiëne speelt druppelinfectie/aerogene transmissie een grotere rol dan feco-orale transmissie.  

Diagnostiek: overweeg het aanvragen van enterovirus  

Indien Oekraïense vluchtelingen zich met klachten van diarree op het spreekuur presenteren en er in het kader van het behandelbeleid fecesdiagnostiek wordt ingezet, overweeg dan ook enterovirus aan te vragen. Dit gaat als volgt:  

  • Neem binnen 14 dagen na de eerste ziekteverschijnselen 2 fecesmonsters af met een tussentijd van 24-48 uur.  
  • Is er daarnaast sprake van keel- of luchtwegklachten: stuur ook een keeluitstrijk in virustransportmedium (GLY-medium) in. Afname is alleen zinvol tijdens de eerste ziekteweek. 

Bij asymptomatische contacten van patiënten verdacht van poliomyelitis kan een infectie bevestigd worden met het aantonen van dit virus door PCR in feces. 

Meldplicht bij een vermoedelijk geval van polio 

Een verdacht geval van polio kan de eerste van een epidemie zijn en daarom moet de behandelend arts de verdenking zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 24 uur, telefonisch melden aan de GGD.  

Meldplicht bij acute slappe verlamming 

Doe direct melding bij de GGD indien er bij een niet (volledig) gevaccineerd persoon uit Oekraïne (of Nederland) een acute slappe verlamming optreedt. 

Meer informatie vindt u in de LCI richtlijnen Polio (rivm.nl).