U bent hier

Wees alert op MERS-CoV bij klachten na de hadj

5 september, 2017

De jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka (de hadj) vond dit jaar plaats van 30 augustus tot en met 4 september. Ook duizenden moslims uit Nederland hebben hieraan deelgenomen. Het MERS-coronavirus (MERS-CoV) komt nog veel voor in het Midden-Oosten, vooral in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Mensen die de hadj hebben gedaan en een ernstige acute respiratoire infectie hebben, kunnen mogelijk een infectie met MERS-CoV hebben.

Aanpassing casusdefinitie verdachte casus MERS-CoV

De epidemiologische criteria voor een verdachte casus zijn aangescherpt naar aanleiding van een Risk Assessment van de WHO. Met name het type blootstelling is van belang bij een bezoek aan het Midden Oosten voor het inschatten van een risico op MERS-CoV, en niet alleen een verblijf in een endemisch land. Het gaat hierbij om: verblijf in een ziekenhuis, contact met zieken en/of aanraking   met (producten van) een dromedaris. Om te voorkomen dat een casus gemist wordt, zijn daarnaast de klinische criteria verruimd. Zie LCI-richtlijn voor de aanpassing in de casusdefinitie.

Wat betekent dit voor de huisarts?

Infecties met MERS-CoV kunnen ernstige luchtwegklachten veroorzaken. Dit speelt met name  bij mensen met comorbiditeit, en in het bijzonder bij afweerstoornissen. Ook kan diarree voorkomen. Meldt een patiënt zich met ziekteverschijnselen bij u als huisarts en voldoet de patiënt daarnaast aan de volgende kenmerken:

  •  ≤ 14 dagen voor de eerste ziektedag uit het Midden-Oosten (vooral Jordanië, Saoedi Arabië, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten (Dubai) teruggekeerd

EN

  • contact gehad met zieken, in een ziekenhuis is geweest  of contact gehad met (producten van) dromedarissen,

dan is overleg met een internist/infectioloog geïndiceerd. Bij immuungecompromitteerde personen kan de ziekte zich ook als ernstige infectie zonder respiratoire symptomen presenteren. Bij patiënten met een sterk verminderde weerstand is daarom al in een vroeg ziektestadium overleg gewenst.

Bij een sterk vermoeden van een infectie met MERS-CoV wordt geadviseerd om in overleg met de internist/infectioloog de patiënt in te sturen voor diagnostiek en opname. MERS-CoV valt in groep A van de meldingsplichtige ziekten en dient bij een vermoeden door de behandelend arts van het ziekenhuis al bij de GGD te worden gemeld.

Meer informatie

Meer informatie is verkrijgbaar bij de regionale GGD’s en op de website van het RIVM.
Voor specifieke informatie over klinisch beeld, incubatietijd en maatregelen rondom een verdachte patiënt, zie: LCI-richtlijn MERS-CoV.

Thuisarts-informatie MERS-coronavirus