U bent hier

Toename van mazelen, bescherm praktijkmedewerkers

4 april, 2019

Er is de eerste maanden van dit jaar een toename van het aantal patiënten met mazelen. Het is aan de werkgever om te checken of de medewerkers in de huisartsenpraktijk voldoende beschermd zijn. Als dat niet het geval is, moet vaccinatie of postexpositieprofylaxe (na contact met een mazelenpatiënt) worden aangeboden.

Toename mazelen

Tot nu toe zijn er in 2019 verspreid over Nederland 10 à 15 patiënten gemeld, waarvan het merendeel in het buitenland besmet is geraakt. Omdat er in veel landen in Europa (zoals Italië en Frankrijk) mazelenuitbraken zijn, is de verwachting dat we ook in Nederland de komende tijd meer mazelenpatiënten zullen zien.

Klinisch beeld mazelen

Het klassieke beeld van mazelen is een patiënt met hoge koorts, hoesten, conjunctivitis, Koplikse vlekjes en een grofvlekkig exantheem beginnend achter de oren en in het gezicht. Diagnostiek kan worden gedaan door middel van PCR op bloed, speeksel, keeluitstrijk of urine of bepalen van IgM in serum.

Als pas achteraf blijkt dat een patiënt mazelen had en besmettelijk was, dan is contactonderzoek nodig. Dit wordt door de GGD gedaan. Mazelen is een meldingsplichtige ziekte B2.

Risico's transmissie

Mazelen is een zeer besmettelijke infectieziekte, die soms ernstig kan verlopen, vooral bij zuigelingen en volwassenen. Transmissie vindt aerogeen plaatsvia druppeltjes vanuit de neus- en keelholte van de patiënt.

Hulpverleners die onvoldoende beschermd zijn tegen mazelen kunnen zelf besmet raken met de mazelen na een risicocontact (risicoloper). Indien zij zelf mazelen ontwikkelen, dan kunnen zij natuurlijk vervolgens ook anderen, zoals patiënten of collega's, weer besmetten (risicovormer).

Bescherming medewerkers

In Nederland is de kans voor huisartsen om mazelen op te lopen in het algemeen erg klein. Tijdens een epidemie is deze kans in regio's met een lage vaccinatiegraad wel reëel. De mazelenepidemie in 2013/2014 heeft geleid tot het advies 'Bescherming tegen mazelen in de gezondheidszorg'.

De verantwoordelijkheid voor de bescherming en vaccinatie van medewerkers ligt primair bij de werkgever. Als een personeelslid niet voldoende beschermd is, moet vaccinatie worden aangeboden. Een medewerker is voldoende beschermd als deze mazelen heeft doorgemaakt of een volledige vaccinatieserie van 2 mazelen- of BMR-vaccinaties heeft gehad.

Als een medewerker onvoldoende beschermd is en in contact komt met een mazelenpatiënt moet postexpositieprofylaxe worden aangeboden.

  • Vrijwel iedereen die geboren is voor 1965 heeft mazelen doorgemaakt en is voldoende beschermd.
  • Personen geboren vanaf 1978, die volledig zijn gevaccineerd via het RVP ( 2 mazelen- of BMR-vaccinaties) zijn voldoende beschermd.
  • Vraag bij personen geboren tussen 1965 en 1975 na of zij mazelen hebben doorgemaakt. Als dat niet het geval is, biedt ze dan 2 BMR-vaccinaties aan met een interval van ten minste 1 maand.
  • Personen geboren in 1976 en 1977 hebben via het RVP maar 1 mazelenvaccinatie gehad. Om goed beschermd te zijn, is voor hen nog 1 extra BMR-vaccinatie nodig

Voorzorgsmaatregelen mazelenpatiënt

Als een patiënt bij wie aan mazelen wordt gedacht zich meldt bij de huisartsenpraktijk, dan is het advies om deze patiënt niet op het spreekuur te laten komen, om eventuele transmissie naar andere, niet-beschermde patiënten te voorkómen. Als de patiënt al op de huisartsenpraktijk is, zet deze dan een FFP 2 masker op om verspreiding van mazelenvirus te voorkomen. Laat de patiënt niet in de wachtkamer wachten en laat hem/haar onderzoeken door een medewerker die goed beschermd is tegen mazelen. Mocht het inderdaad blijken te gaan om mazelen: het mazelenvirus kan enige tijd in een ruimte blijven hangen en tot twee uur nadat de patient de ruimte heeft verlaten nog besmettingen veroorzaken. Daarom moet de ruimte goed worden geventileerd en risicogroepen moeten worden geweerd uit de ruimte.

Verdere informatie: