U bent hier

Richtlijn CVRM streeft naar persoonsgericht behandelen

21 mei, 2019

Het programma Radar besteedde de afgelopen weken in twee uitzendingen aandacht aan de rol van het cholesterol bij hart- en vaatziekten, het belang van cholesterolverlagende therapie en gezonde leefstijl. Hierbij werd de herziene multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CVRM), die deze maand ook als NHG-Standaard is verschenen, aangehaald. Er werden kritische kanttekeningen geplaatst bij de lage streefwaarde van het cholesterol die de deur zouden openen voor nieuwe, dure cholesterolverlagers. Het Nederlands Huisartsen Genootschap, de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie die gezamenlijk het initiatief voor deze herziening hebben genomen, benadrukken dat de streefwaarde niet in beton gegoten is en alleen geldt voor een beperkte patiëntengroep. Het gaat met name om personen die een hartinfarct hebben doorgemaakt en/of een kransvatbehandeling van het hart hebben ondergaan. Voorop staat dat de richtlijn bedoeld is om meer persoonsgericht te kunnen werken en dat het ruimte biedt voor gedeelde besluitvorming.

Persoonsgerichte zorg

Een richtlijn is een document dat bedoeld is om de besluitvorming in de praktijk te ondersteunen. In individuele gevallen kan er gemotiveerd van worden afgeweken, dat geldt ook voor de streefwaarden. De behandeling mag niet ten koste gaan van kwaliteit van leven en dient altijd in goed overleg met de patiënt te worden besproken, met een afweging van de voor-en nadelen van de verschillende behandelopties. Arts en patiënt bespreken samen welke inspanning nodig is om de streefwaarde te halen. Daarbij wordt ten eerste aandacht besteed aan het bevorderen van een gezonde leefstijl. Tevens spelen factoren, zoals co-morbiditeit, co-medicatie, contextfactoren en de opvattingen van de patiënt een belangrijke rol.   

Kaderhuisarts Judith Tjin-A-Ton geeft in dit filmpje de essentie van de richtlijn CVRM weer:

Zeer hoog risico

De streefwaarde 1,8 mmol/l is alleen een aanbeveling voor patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. Het gaat om patiënten die al eerder een hart- en vaatziekte hebben gehad én jonger zijn dan 70 jaar. De richtlijn is inhoudelijk gebaseerd op de Europese richtlijn, waarin deze streefwaarde wordt genoemd. Onderzoekers van zeven studies (A-Z-trial, IDEAL-trial, PROVE-IT-trial, TNT-trial, IMPROVE-IT-trial, FOURIER-trial, SPIRE-1/2-trial) hebben gekeken welke LDL-waarde wordt gehaald als een hoge dosis cholesterolverlagers wordt gegeven. Het blijkt dat in dat geval een lagere LDL wordt gehaald en patiënten een betere toekomst met betrekking tot hun hart- en vaatziekten hebben. De resultaten van deze zeven studies zijn beschreven in de richtlijn en zijn gebruikt voor de onderbouwing van de aanbeveling.

Leefstijl

In de richtlijn is duidelijk onderscheid gemaakt tussen de rol van preventie bij patiënten met laag tot zeer hoog risico op hart- en vaatziekten en bij (kwetsbare) ouderen. Bevordering van een gezonde leefstijl is de basis van preventie.

Welke middelen gegeven kunnen worden om het LDL verder te verlagen als de veranderde leefstijl niet voldoende helpt, wordt besproken in de NHG-Standaard. Alleen een zeer geselecteerde patiëntengroep komt in aanmerking voor PCSK9-antilichamen.

Op Thuisarts.nl is informatie voor patiënten te vinden over het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten door het veranderen van de leefstijl.

Totstandkoming

Om te zorgen dat de richtlijn een goede weerspiegeling is van de wetenschappelijke evidence is bij de herziening van de multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement de Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling gevolgd, waarbij alle werkgroepleden een belangenverklaring hebben ingevuld en deze tijdens de commentaarfase opnieuw hebben bevestigd. Het proces van richtlijnherziening is zo ingericht dat er geen ruimte is voor beïnvloeding door belangen van individuele werkgroepleden. De richtlijn is vervolgens voorgelegd aan artsen, verpleegkundigen, andere zorgprofessionals en patiëntorganisaties met het verzoek deze zorgvuldig te lezen en commentaar te leveren. Tot slot hebben de besturen van de betrokken verenigingen/organisaties en de autorisatiecommissie van het NHG de richtlijn geautoriseerd.