U bent hier

Nieuw onderzoek naar diabetesmedicijn gliclazide, wat te doen?

19 juli, 2016

Vorige week verschenen er berichten in de media dat het risico op hypoglykemieën bij gebruik van het diabetesmedicijn gliclazide even hoog is als bij de andere sulfonylureum (SU)-derivaten.

Deze berichten verschenen naar aanleiding van een publicatie van de resultaten van een cohortonderzoek in BMJ. In het onderzoek werden onder andere gebruikers die alleen een SU-derivaat voor Diabetes mellitus type 2 gebruikten, vergeleken met gebruikers van alleen metformine.

Advies voor de huisarts

Momenteel herziet het NHG de standaard Diabetes mellitus type 2 (uit 2013). Bij die herziening zal ook het BMJ-onderzoek worden meegenomen. In afwachting van de herziene standaard blijft het stappenplan ongewijzigd.

Deze standaard geeft aan de medicamenteuze behandeling te starten met metformine. Bij onvoldoende effect volgt een combinatie met een SU-derivaat, bij voorkeur gliclazide. Deze voorkeur is gebaseerd op onderzoek dat toonde dat gliclazide geassocieerd is met een lager risico op cardiovasculaire en totale mortaliteit dan de overige SU-derivaten. Daarnaast toonde eerder onderzoek dat het risico op hypoglykemieën lager is dan bij de andere SU-derivaten. Slechts een minderheid van de patiënten zal door contra-indicaties of bijwerkingen met alleen een SU-derivaat behandeld worden.

Herkenning signalen door patiënt zelf van groot belang

De huidige standaard geeft aan dat het van belang is dat de patiënt signalen van een hyper- en een hypoglykemie snel herkent en weet hoe hierop te reageren.  Dat advies blijft belangrijk, in het bijzonder voor patienten met een verminderde nierfunctie . Zij hebben volgens het onderzoek in BMJ een verhoogd risico op het optreden van hypoglykemie. Daarnaast gaat de huisarts na wat de oorzaak was van de hypoglykemie en past zo nodig de medicatie aan.

Meer informatie

NHG-Standaard Diabetes Mellitus type 2