U bent hier

NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease herzien

vrouw voorovergebogen van pijn

3 november, 2020

De NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease (PID) is herzien. In de herziene standaard wordt aangeraden een CRP te bepalen in plaats van een BSE. Het advies om een eventueel aanwezige spiraal altijd direct te verwijderen is vervallen.

De incidentie van pelvic inflammatory disease in de huisartsenpraktijk is laag, 0,6 per 1000 vrouwen per jaar, en daalt de laatste jaren. De diagnose is lastig te stellen. De herziene NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease geeft handvatten hoe de huisarts door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek toch zo goed mogelijk de waarschijnlijkheidsdiagnose PID kan stellen.

PID kan zowel op de korte als op de lange termijn ernstige complicaties veroorzaken, zoals abces, fertiliteitsproblematiek, EUG en chronische pijn in de onderbuik. Daarom raden we aan de diagnose laagdrempelig te overwegen bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd met pijn in de onderbuik waar geen duidelijke andere verklaring voor bestaat.

CRP in plaats van BSE

We adviseren een CRP te bepalen in plaats van een BSE, omdat de sensitiviteit en specificiteit van de CRP-bepaling beter lijken. Daarnaast is een CRP-bepaling makkelijker en sneller uitvoerbaar is dan een BSE-bepaling.

IUD en PID

We adviseren niet langer een eventueel aanwezige spiraal direct te verwijderen. In overleg met de vrouw kan deze in situ blijven. Direct verwijderen heeft geen meerwaarde, maar brengt wel extra ongemak en kosten met zich mee als de vrouw in de toekomst weer een spiraal wil laten plaatsen. Bovendien is er dan geen bescherming meer tegen zwangerschap. Als de klachten na 2-3 dagen behandeling onvoldoende verbeteren, wordt de spiraal alsnog verwijderd door de huisarts of gynaecoloog (in overleg).

Behandeling

PID kan worden veroorzaakt door een soa, maar vaak kan de precieze verwekker niet worden vastgesteld en spelen meerdere bacteriën een rol. Bij een (vermoeden van) PID start de huisarts dan ook zo snel mogelijk met breedspectrumantibiotica. Eerste keus is een behandeling met fluorochinolonen en metronidazol, zo nodig aangevuld met ceftriaxon. Hoewel fluorochinolonen ‘reservemiddelen’ zijn met potentieel ernstige bijwerkingen (zeldzaam), blijft deze behandeling toch eerste keus.

Voorkomen van recidief

Het is van groot belang om recidieven te voorkomen. We adviseren dan ook om patiëntes uitgebreid voor te lichten over hoe soa’s te voorkomen: veilig vrijen, condooms gebruiken en in een langer durende relatie eerst testen op soa’s voordat men condooms achterwege laat.

Verwijzing

Tijdens de herziening is uitgebreid gediscussieerd over de vraag of niet alle vrouwen met een PID verwezen zouden moeten worden naar de tweede lijn. De werkgroep is van mening dat directe verwijzing naar de gynaecoloog geen meerwaarde heeft voor alle patiëntes, omdat de huisarts dezelfde antibiotische behandeling kan geven als de gynaecoloog. Verwijzing is wel nodig wanneer er veel twijfel bestaat over de diagnose en wanneer de vrouw zwanger is, ernstig ziek is of binnen 2 tot 3 dagen onvoldoende opknapt ondanks adequate behandeling.

Totstandkoming

De NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease is herzien in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Gynaecologie en Obstetrie en de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie. 

Kennislacunes

De kennislacunes van deze standaard zijn hier te vinden, samen met het lopend huisartsgeneeskundig onderzoek dat gerelateerd is aan het onderwerp van deze standaard. 

PIN over PID

Op 6 november is de e-learning Pelvic inflammatory disease beschikbaar gekomen. Zoals altijd vindt u daarin praktische casussen die u kunt tegenkomen in de huisartsenpraktijk.

Thuisarts.nl

De patiëntinformatie die betrekking heeft op pelvic inflammatory disease is geactualiseerd en heeft een nieuwe titel: Ik heb een ontsteking in mijn baarmoeder, eileider of eierstok.