U bent hier

Tijd

Wendy Borneman- 4 oktober, 2021

De laatste maanden krijg ik veel patiënten op mijn spreekuur met reeds lang bestaande klachten. Het was allemaal niet zo ernstig, misschien zou het vanzelf wel overgaan, en ze wilden me vooral niet lastigvallen ‘tijdens corona’. De tijd had echter niet geholpen en nu wilden ze toch eindelijk echt eens van hun klachten af.

De tijd. Het is een van de belangrijkste hulpmiddelen van de huisarts. Diagnosticum en vaak ook therapeuticum. Een hulpmiddel waarvan het gebruik als jonge dokter enige oefening vergt, maar dat uiteindelijk leidt tot misschien wel de belangrijkste kunst van de huisarts: actief nietsdoen.

Mijn uitleg, de geruststelling, het kan allemaal nu zijn werk gaan doen, maar na al die maanden met klachten voelt dat toch alsof ik ze met lege handen naar huis stuur.

Wanneer we wel samen besluiten hulp in te roepen van een specialist, zie ik de patiënt vertwijfeld kijken als de wachttijd in beeld komt. Ik heb geen enkele reden om een spoedplek aan te vragen, maar ook nu voel ik me alsof ik ze met een kluitje in het riet stuur.

Ik merk dat ik het moeilijker vind. Dat ik me weer vaker, zoals in mijn beginjaren, met lege handen voel staan. Mijn belangrijke hulpmiddel is al ingezet door de patiënt zelf. En in ruime mate. Ik heb slechts zelden het gevoel dat er ernstige pathologie speelt, maar toch heb ik nu vaker het gevoel dat ik ‘iets moet doen’. Ik denk dat ik het maar even de tijd moet geven…

Wendy Borneman, voorzitter Raad van Bestuur