U bent hier

De inzet van kaderhuisartsen

Rob Dijkstra- 30 juni, 2015

Er zijn nu twaalf NHG-Kaderopleidingen waarin huisartsen zich twee jaar lang bekwamen in een bepaald vakgebied, variërend van diabetes en CVRM tot palliatieve zorg en beleid en beheer.

Het zijn meestal de zeer enthousiaste huisartsen die dit doen en zij worden, behalve in het betreffende vakgebied, ook opgeleid in het geven van onderwijs en consultatie.

Aanvankelijk konden kaderhuisartsen nauwelijks werk vinden, maar met de komst van de palliatieve consultatieteams en de programmatische chronische zorg is dit sterk verbeterd. Toch zijn de mogelijkheden tot consultatie van een kaderhuisarts beperkt. Zo weten we dat overleg met een kaderhuisarts Bewegingsapparaat verwijzingen naar de orthopeed kan voorkomen, maar een structurele plaats in het zorgstelsel krijgt dat niet. Overigens is het niet de bedoeling dat kaderhuisartsen alleen specialistische zorg verlenen; ook zij doen blijvend recht aan de generalistische kernwaarden van de huisarts.

De kaderhuisarts kan een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de huisartsenzorg leveren, dus pleit ik ervoor dat ze serieus worden ingezet om ons te ondersteunen via consultatie. Ik roep nascholingsorganisaties op om vaker kaderhuisartsen in plaats van specialisten in te schakelen voor het onderwijs. Het NHG vraagt kaderhuisartsen  regelmatig om advies over specifieke onderwerpen. Wel is van belang dat de kaderhuisarts waarborgt dat zijn kennis actueel is en dat hij de verwachte kwaliteit kan leveren. Sommigen die ooit de kaderopleiding deden maar niet meer actief zijn, noemen zich nog steeds kaderhuisarts. En anderen die net met de opleiding zijn begonnen noemen zich ál kaderhuisarts. Daartoe is het CHBB-register ingericht; alleen degenen die hier staan ingeschreven kunnen zich terecht kaderhuisarts noemen… zo is dat voor iedereen duidelijk!

Dr Rob Dijkstra, huisarts,
bestuursvoorzitter NHG