U bent hier

Column Rob Dijkstra, Delegeren is organiseren

Rob Dijkstra- 31 mei, 2017

We hebben er gemak van dat een aantal van onze taken door een doktersassistente, praktijkondersteuner of triagist wordt verricht. Denk aan het maken van uitstrijkjes, het controleren van een diabetespatiënt of het inschatten van de urgentie van een hulpvraag.

De huisarts kan deze taken pas delegeren als hij zeker weet dat degene die deze taken oppakt in staat is ze uit te voeren, dat er voldoende instructie of onderwijs is gegeven en dat helder is wat de werkafspraken zijn. De verantwoordelijkheid maak je waar door kennis en vaardigheden te toetsen. Het is dus niet zo dat je van een eenmaal gedelegeerde taak mooi af bent. Hoe toets je of de uitstrijkjes in je praktijk goed uitgevoerd worden? Van sommige collega’s hoor ik dat ze diabetespatiënten helemaal niet meer zien en het aan de praktijkondersteuner overlaten. 

De Diabetesvereniging Nederland stelt terecht dat de huisarts elke diabetespatiënt minstens eenmaal per jaar zou moeten zien. Ook bij de triage op de huisartsenpost komen we knelpunten tegen: we zien te veel patiënten die helemaal niet naar de post hadden hoeven komen. Veel huisartsen geven aan dat de TriageWijzer te streng is of dat de triagist daar vrijer mee om moet gaan. Het is goed dat de TriageWijzer steeds kritisch op zijn validiteit wordt bezien. Toch denk ik dat het hier niet om de TriageWijzer zelf gaat, maar om de toepassing ervan. We moeten niet van de triagist vragen om zelfstandig gemotiveerd af te wijken; het betreft hier namelijk een gedelegeerde taak. Als we als huisarts niet zelf aan de telefoon willen zitten, laten we het dan zo organiseren dat een triagist die twijfelt of een patiënt wel moet komen, makkelijk met ons kan overleggen. Die tijd winnen we terug  doordat minder mensen naar het spreekuur hoeven te komen.

Rob Dijkstra