U bent hier

Column Rob Dijkstra, Context en nabijheid

Rob Dijkstra- 4 augustus, 2017

Soms moet je afstand nemen om dichterbij te komen.

We zaten eind juni met meer dan 200 huisartsen en aios in Praag, samen met nog 2.000 collega’s uit alle Europese landen, op het jaarcongres van de WONCA, de wereldkoepelorganisatie van huisartsenorganisaties. Een mooie gelegenheid om kennis en ervaringen uit te wisselen met buitenlandse collega’s. Maar ook een uitgelezen kans voor contact met de Nederlandse collega’s onderling.

Al een aantal jaren organiseert de Werkgroep Europese samenwerking (WES) van de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) samen met Huisartsopleiding Nederland discussiebijeenkomsten voor aios en opleiders. In een discussie over wetenschap toepassen bleek dat aios veelal dachten dat ze van hun opleiders richtlijnen vooral zo veel mogelijk moesten volgen. Mijn standpunt mag intussen bekend zijn: het is essentieel om de richtlijn te kennen of beschikbaar te hebben zodat je, rekening houdend met de context en samen met de patiënt, tot het beste behandelvoorstel kunt komen. Daarin zijn standaarden dus niet heilig. Toen in juni het rapport Zonder context geen bewijs van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) verscheen, was de reactie: we zouden richtlijnen moeten loslaten en de onzekerheid moeten omarmen. Echter, niet nihilisme is het alternatief voor strikt toepassen van richtlijnen, maar goed en geïnformeerd nadenken.

Ook ik hing als huisarts in opleiding aan de inhoud van richtlijnen. Maar academici zijn meer dan uitvoerders van protocollen: kennis uit verschillende bronnen integreren we met contextvariabelen tot de beste input voor een gedeeld besluit. Hét moment voor uitgebreide aandacht hiervoor lijkt mij het leergesprek met de opleider. Dat is het moment om dichter bij elkaar te komen.

 
Rob Dijkstra